e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Ulestraten

Overzicht

Gevonden: 3378

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
aardewerk aardewerk: eerde-werk (Ulestraten), aardgoed: eerd-good (Ulestraten) aardewerk (eerdegoed, gleiwerk) [N 20 (zj)] III-2-1
aardrups, larve van de nachtvlinder aardrups: Veldeke  eerdropsj (Ulestraten) grauwe aardrups, larve van de nachtvlinder, die in de rusttoestand ligt opgerold in de vorm van de letter C [N 26 (1964)] III-4-2
achtergebleven hooi harken kemmen: kęmǝ (Ulestraten), reken: rękǝ (Ulestraten) Wanneer het hooi is binnengehaald werd soms nog eens het hooiland afgeharkt om het achtergebleven hooi te verzamelen. [N14, 122; A 34, 4 add.] I-3
achterhaam achterhaam: axtǝrhām (Ulestraten) Samenstel van riemen dat op het achterwerk van het paard wordt gelegd en dient om de kar achteruit te stoten. [JG 1a, 1b, 2b; N 13, 74; monogr.] I-10
achterhoofd achterkop: achterkop (Ulestraten) achterhoofd [N 10 (1961)] III-1-1
achterklauw zool: zǭl (Ulestraten) Achterste deel van de hoef. [N 3A, 119c] I-11
achterploeg ploeg: [ploeg] (Ulestraten) Het achterste deel van een rad- of karploeg, dat de ploegboom, het ploeglichaam en de staart omvat. [N 11, 31.II.1; N 11A, 100b] I-1
achterschijf stootplaat: štwatplāt (Ulestraten) Ronde, met het wiel meedraaiende schijf tussen de naaf en de stootring van het asblok. De achterschijf verhindert dat er tijdens het rijden vet of smeer verloren gaat en vuil de naafbus kan binnendringen. Woordtypen met als tweede lid het woord -ring komen ook voor in het lemma ɛstootringɛ (WLD I.13).' [N G, 50a; N 17, 56; JG 1b, add.] II-11
achterste achterste: echtersjte (Ulestraten) achterste [SGV (1914)] III-1-1
achterwand achterstopsel: axtǝrštø̜psǝl (Ulestraten), stop: štǫp (Ulestraten), stopsel: štø̜psǝl (Ulestraten) De afneembare achterplank van de kar of wagen. Deze plank werd tussen de twee zijwanden geschoven om de laadruimte af te sluiten en kon tijdens het lossen weggenomen worden. Voor de betekenisontwikkelingen van de verschillende woordtypes, zie de toelichting bij het lemma voorwand. Op de kaart zijn voor Belgisch Limburg alleen de gegevens uit de mondelinge enqu√™te opgenomen. [N 17, 30a + 36 + 48; N G, 61c; JG 1a; JG 1b; JG 2b; JG 2c; A 26, 1a; Lu 4, 1a; L 33, 4; L 40, 56; monogr.] I-13