e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Valkenburg

Overzicht

Gevonden: 5178
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
zondagschender zondagsschender: zondigs sjender (Valkenburg) Iemand die zich niet houdt aan de zondagsrust (zondagschender). [N 96D (1989)] III-3-3
zondagse kleren zondagse kleren: zondigse kleier (Valkenburg) zondagse kleren [t sondagsdinge] [N 23 (1964)] III-1-3
zondagse schort zondagskleed: zondagskleid (Valkenburg) zijn er verschillende namen voor verschillende soorten van deze kledingstukken ? [DC 15 (1947)] III-1-3
zonde zonde: ein zung (Valkenburg), zung (Valkenburg) Een zonde [zund, zung]. [N 96D (1989)] || zonde [SGV (1914)] III-3-3
zonden zonden: zung (Valkenburg) zonden (mv.) [SGV (1914)] III-3-3
zonder voor spitten buttelen: bø̜tǝlǝ (Valkenburg) Manier van spitten waarbij men - anders dan bij het spitten in voren - min of meer in de breedte werkt en iedere spade grond voor zich uit (voor de hand) omlegt. [N 11, 65c; N 11A, 148b; div.] I-1
zool zool: zǭl (Valkenburg) Het gedeelte van de onderkant van de hoef rondom de straal (3.6.3). [N 8, 33] I-9
zool van een schoen zool: zool (Valkenburg) zool van een schoen [N 24 (1964)] III-1-3
zoom zoom: zǫwm (Valkenburg) De omgeslagen en vastgenaaide rand aan een stuk weefsel of een kledingstuk. Volgens Het Beste Naaiboek (pag. 290) zijn er drie soorten zomen: de omgeslagen zoom, de valse zoom en de apart aangezette zoom. Zie afb. 38. [N 62, 14a; L 8, 126; Gi 1.IV, 15; MW; S 46; monogr.] II-7
zoom in de huif schuif: šø̜i̯f (Valkenburg) Open zoom in de huif, waardoor een koord loopt waarmee men de huif kan vastsjorren. [N 17, 75] I-13