| 18308 |
muiltje |
slob:
schloebe (Q208p Vijlen),
sjloebe (Q208p Vijlen),
sjloepe (Q208p Vijlen)
|
Hoe noemt men de muilen? [DC 09 (1940)] || Muiltje. Thuis dragen veel mensen in plaats van schoenen pantoffels of muilen. De eerste hebben wel, de andere geen opstaande achterkant. Hoe noemt men die zonder achterkant? [DC 44 (1969)]
III-1-3
|
| 24357 |
muis |
muis:
moes (Q208p Vijlen),
mōēs (Q208p Vijlen)
|
muis [DC 35 (1963)], [SGV (1914)]
III-4-2
|
| 24437 |
muis (mv.) |
muis (mv.):
muus (Q208p Vijlen)
|
muizen (mv.) [SGV (1914)]
III-4-2
|
| 20122 |
muizen |
muizen:
muus (Q208p Vijlen)
|
muizen (ww) [SGV (1914)]
III-2-1
|
| 33627 |
mutsaard, houtmijt |
fak:
aan ZND 01 is hier toegevoed het materiaal van ZND 31 (1939), 019
fagge (Q208p Vijlen)
|
I-7
|
| 30091 |
muur |
muur:
mūr (Q208p Vijlen)
|
Uit diverse materialen, bijvoorbeeld baksteen of beton, opgetrokken bouwwerk ter afscheiding of ter ondersteuning. In dit en de volgende lemmata wordt onder een 'muur' vooral een uit bakstenen samengestelde afscheiding verstaan. Het woord 'wand' wordt in het onderzoeksgebied meestal gebruikt voor een uit verticale en horizontale balken samengestelde muur die vervolgens met vlechtwerk of metselwerk wordt opgevuld. Zie ook de paragraaf over het vak- en vlechtwerk. Worden in een gebouw een of meer kelders aangebracht, dan worden de muren die de kelder omsluiten geheel van harde metselsteen en waterdichte mortel opgetrokken. Een muur die boven de grond wordt opgemetseld, noemt men een 'opgaande muur'. Bij de muren van gebouwen onderscheidt men buiten- en binnenmuren en de voor-, zij- en achtergevel, de muren die respectievelijk de voorzijde, de zijkant en de achterzijde van het bouwwerk vormen. [N 31, 32a; S 25; L 1 a-m; L 6, 41b; L 12, 5; monogr.; Vld]
II-9
|
| 24506 |
muurbloem |
steenviool:
-
sjteevijoele (Q208p Vijlen)
|
muurbloem [DC 17 (1949)]
III-4-3
|
| 23492 |
muurkapelletje |
heiligennis:
hillige nis (Q208p Vijlen)
|
Een kastje of kleine nis, aangebracht tegen een muur en voorzien van een beeld of relikwie. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 24762 |
muurpeper |
gele muurpeper:
(bij afbeelding 87)
geele muerpeffer (Q208p Vijlen)
|
Muurpeper (sedum acre 5 tot 15 cm groot. De stengels zijn kruipend, de bloeiende rechtop, kort; de bladeren zijn kortbolrond, zonder stekelpuntje, dicht opeen, lichtgroen van kleur; de bloemen zijn vrij groot en geel; smaakt dikwijls scherp. Bloeitijd i [N 92 (1982)]
III-4-3
|