| 24927 |
petroleum |
steenolig:
steen owelig (Q208p Vijlen)
|
petroleum, minerale licht ontvlambare stof die vooral tot verlichting in lampen en als brandstof wordt gebruikt [petrol, peter-, stink-, bron-, brom-, gasolie] [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 33569 |
peulerwten |
sokkererwten:
WLD
soekerets (Q208p Vijlen)
|
De peulerwt; soort van erwt waarbij de hele vrucht gegeten wordt, ook de schil (sluimerwt, hauw(ke), peul, suikererwt, blie-erwt). [N 82 (1981)]
I-7
|
| 20662 |
peulvruchten afhalen |
bonen keveren:
bŏŏne kie-e vere (Q208p Vijlen)
|
boonen afhalen [SGV (1914)]
III-2-3
|
| 23172 |
piano |
piano:
Karte 244.
pi`jāno} m. (Q208p Vijlen)
|
Klavier.
III-3-2
|
| 24777 |
pijlkruid |
pijlkruid:
(bij afbeelding 31)
pielkroet (Q208p Vijlen)
|
Pijlkruid (sagittaria sagittifolia 30 tot 100 cm hoge plant. De stengels zijn driekantig; de bladeren zijn pijlvormig, de ondergedoken bladeren lintvormig, tevens stomp; de bloemen groeien in kransen van 3, eenslachtig vrouwelijk onderaan, 3-tallig, wit [N 92 (1982)]
III-4-3
|
| 17991 |
pijn |
pijn:
pieng (Q208p Vijlen, ...
Q208p Vijlen)
|
mijn voeten doen mij erg zeer [DC 03 (1934)]
III-1-2
|
| 33033 |
pikkeling, zwad met een slag afgepikt |
snit:
šnet (Q208p Vijlen)
|
Hoeveelheid graan die men met één slag afpikt; vergelijk het lemma ''zwad, houw'' (3.1.4) in aflevering I.3. De enqu√™tes van Goossens hebben voor dit begrip niet veel opgaven opgeleverd; de vraag uit N 15, 16 levert slechts indirect materiaal op voor het begrip "pikkeling". Zie de algemene toelichting bij deze paragraaf.' [A 23, 16.1a; L 48, 34.1a; Lu 1, 16.1a; Lu 2, 34.1a; monogr.; add. uit N 15, 16e; JG 1a, 1b, 1c, 2c]
I-4
|
| 23376 |
pilaar |
pilaar:
pilarè (Q208p Vijlen)
|
Een pilaar, de pilaren [pielder(s), pilèèr(e)?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 24225 |
pimpelmees |
blauwmees:
blō miejus (Q208p Vijlen),
sijsje:
sieske (Q208p Vijlen)
|
Hoe heet de pimpelmees? [DC 06 (1938)]
III-4-1
|
| 17670 |
pink |
kleine vinger:
klinge vinger (Q208p Vijlen)
|
Pink, de vijfde, kleinste vinger (pinkel, pinker, pink, petieter, piepzakje). [N 84 (1981)]
III-1-1
|