| 20515 |
ranzig |
gool:
goul (Q208p Vijlen),
gŏl (Q208p Vijlen)
|
garstig spek [..] [SGV (1914)] || ranzig; Hoe noemt U: Sterk smakend, onaangenaam ruikend gezegd van spek (ranzig, garstig) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 33207 |
rapen |
rapen:
rāpǝ (Q208p Vijlen)
|
De aardappelen oprapen en in een mand bijeen doen, achter de rooiers of achter de rooiende ploeg aanlopend. [N 12, 21; JG 1a, 1b; monogr.; add. uit N 12, 18; A 23, 17d; Lu 1, 17d]
I-5
|
| 19558 |
rasp |
rasp:
rasp (Q208p Vijlen)
|
rasp [SGV (1914)]
III-2-1
|
| 19839 |
raspen |
raspen:
raspe (Q208p Vijlen, ...
Q208p Vijlen,
Q208p Vijlen),
schaven:
schafe (Q208p Vijlen, ...
Q208p Vijlen)
|
raspen (w.w.) [SGV (1914)] || raspen; Hoe noemt U: Met een rasp fijn maken (raspelen, raspen, rieven) [N 80 (1980)]
III-2-1, III-2-3
|
| 24711 |
ratelpopulier |
klompenhout:
WLD
klompe hoots (Q208p Vijlen),
vuilboom:
WLD
voelboom (Q208p Vijlen)
|
De ratelpopulier; heeft bijna ronde bladeren met een gegolfde rand die aan lange platte stelen zitten; bij een beetje wind bewegen ze schuin langs elkaar, wat een ritselend geluid geeft (drilboom, vuilboom, klater, fledderaar, klaterteer, klatelleer). [N 82 (1981)]
III-4-3
|
| 20529 |
rauw |
rauw:
rŭje (Q208p Vijlen)
|
rauw; Hoe noemt U: Rauw, niet gekookt (groen, rauw) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 22338 |
ravotten |
rulsen:
rul-sje (Q208p Vijlen)
|
stoeien [SGV (1914)]
III-3-2
|
| 21356 |
rechtbank |
gerecht:
ge-rich (Q208p Vijlen),
rechtbank:
rechbank (Q208p Vijlen)
|
rechtbank [SGV (1914)]
III-3-1
|
| 22890 |
rechtsachter |
rechtsachter:
retsater (Q208p Vijlen)
|
Linksachter, rechtsachter. [DC 49 (1974)]
III-3-2
|