e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Vijlen

Overzicht

Gevonden: 2749
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
zingende mis gezongen mis: gezonge mees (Vijlen) Een mis waarin de gelovigen geestelijke liederen zingen [zingende mis, zingmès?]. [N 96B (1989)] III-3-3
zitten zitten: zitte (Vijlen) zitten [SGV (1914)] III-1-2
zoeken zoeken: zeuke (Vijlen) zoeken [SGV (1914)] III-1-2
zoethout zoethout: zeuthout (Vijlen) zoethout [SGV (1914)] III-2-3
zogen, voeden (overg.) de brost geven: bros geve (Vijlen) borstvoeding geven: Een kind aan de borst voeden (minnen, de mem geven, houden). [N 84 (1981)] III-2-2
zolder boven de dorsvloer beierd: bɛi̯ǝ(r)t (Vijlen), overden: ø ̝vǝr[den] (Vijlen) De zolderruimte boven de dorsvloer, bestemd voor het bergen van graan als er in de tasruimte naast de dorsvloer geen plaats meer was, ook voor stro en hooi (echter niet algemeen). Zie voor het type overschelf(t) Goossens 1959, m.n. 56, 57 en 59. Zie voor de fonetische documentatie van het woorddeel (den) het lemma "dorsvloer" (3.2.1) en voor (schelf(t)) het lemma "koestalzolder" (3.4.1). Zie ook afbeelding 14.b bij het lemma "dorsvloer" (3.2.1). [N 5A, 68a; N 5, 84; JG 1a, 1b, 2a en 2c; A 16, 5b; L 47, 8b; L 48, 11; Lu 2, 11; S 50; monogr.; add. uit: N 4A, 12g en 13d; A 7, 32] I-6
zomen zomen: zø̄mǝ (Vijlen) Van zomen voorzien. Zie ook het lemma ɛzoomɛ.' [N 59, 65; N 62, 14b; L 8, 127; MW; S 46; monogr.] II-7
zomergraan zomertarwe: zǭmǝrtɛrǝf (Vijlen) Het graangewas dat na de winter wordt gezaaid. I-4
zondagmissaal zondagmissaal: zondig missaal (Vijlen) Een kerkboek met misgebeden voor de zondagen en feesten van het kerkelijk jaar [zondagsmissaal(tje)?]. [N 96B (1989)] III-3-3
zonde zonde: zung (Vijlen) zonde [SGV (1914)] III-3-3