e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Wijk

Overzicht

Gevonden: 961

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
(met) het hoofd stoten stoten: stoete (Wijk, ... ) stoten: het hoofd stoten (kinderwoord) [boetse, zijn eige boetse] [N 10 (1961)] || stoten: met het hoofd stoten [boetse, erges teege boetse] [N 10 (1961)] III-1-2
(zich) bukken (zich) bukken: bèùke (Wijk) bukken, zich bukken [bukke, bokke] [N 10 (1961)] III-1-2
-> [wld iii 2.2] - wld iii, 2.2 !: dópmùtske (Wijk), dópskleid (Wijk), döpdekentsje (Wijk), döpklèidsje (Wijk), döpmutske (Wijk), luier (Wijk), luijer (Wijk), naavelbèndsje (Wijk), navelbendsje (Wijk), nèùsdook (Wijk), pisdook (Wijk), rowslöjjer (Wijk), slabberdeukske (Wijk), slabberke (Wijk), vèjke (Wijk), vèljke (Wijk), zeiverlèpke (Wijk) dekentje waaronder de dopeling naar de kerk wordt gedragen [N 25 (1964)] || doopjurkje [deumhemke] [N 25 (1964)] || doopmutsje [N 25 (1964)] || luier [winjel, luur, kindsdoek, psidoek, huik] [N 25 (1964)] || navelbandje [nagelbendje] [N 25 (1964)] || rouwsluiter(s) aan een hoed [N 25 (1964)] || slabje, morsdoekje voor kinderen [slabbertje, slabberlepke, zeiverlepke, slepke, bavet(sje) [N 25 (1964)] III-1-3
[falie] falie: [sic]  vaije (Wijk), sluier: slőjer (Wijk), voile (fr.): vwaal (Wijk) sluierdoek, zwarte ~ die over hoofd en schouders wordt gedragen, gewoonlijk in de rouwtijd [vaol, voeël, falje, falie, slöjer, linao] [N 23 (1964)] III-1-3
[kazak] kazakkenkleed: tweedelig.  kazakkenklaed (Wijk) kazak; inventarisatie betekenis/uitspraak [N 23 (1964)] III-1-3
[kazavek?] kazavek: soort getailleerde blouse  kasjwaek (Wijk) kasjevék, in de betekenis van vrouwenmantel; betekenis/uitspraak [N 23 (1964)] III-1-3
[lijfje] lijfje: Voor heren en dames.  leifke (Wijk) lijfje, in de betekenis van soort kledingstuk; betekenis/uitspraak [N 25 (1964)] III-1-3
aanbidding van het allerheiligste aanbidding van het allerheiligste: aonbidding vaan `t allerheiligste (Wijk) De aanbidding van het Allerheiligste. [N 96B (1989)] III-3-3
aardewerk aardewerk: eerdewerk (Wijk) aardewerk (eerdegoed, gleiwerk) [N 20 (zj)] III-2-1
aardrups, larve van de nachtvlinder rups: WLD (zoveel mogelijk)  rups (Wijk) grauwe aardrups, larve van de nachtvlinder, die in de rusttoestand ligt opgerold in de vorm van de letter C [N 26 (1964)] III-4-2