| 25226 |
lauw weer |
laf (weer):
laf wèèr (Q201p Wijlre)
|
warm noch koud, gezegd van het weer [lauw, voos] [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 25036 |
lawaai maken |
knebbelen:
knebbele (Q201p Wijlre)
|
lawaai, herrie maken [laweiten, laweit maken, gellen] [N 91 (1982)]
III-4-4
|
| 25035 |
lawaai, herrie |
allegaartje:
allegaasje (Q201p Wijlre)
|
een dooreenmengeling van sterke geluiden [leven, herrie, geweld, lawaai, spektakel, rumoer] [N 91 (1982)]
III-4-4
|
| 22416 |
leefnet |
kaar:
kaar (Q201p Wijlre)
|
Het net waarin men vissen die met de hengel zijn gevangen levend kan houden [leefnet, kaar]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 20953 |
leeg, gezegd van een noot |
doof:
dauf noe (Q201p Wijlre, ...
Q201p Wijlre)
|
leeg, gezegd van een noot waar niets in zit (leeg, doof, loos). [N 82 (1981)]
I-7, III-2-3
|
| 24973 |
leeg, niets bevattend |
leeg:
leèg (Q201p Wijlre),
lig (Q201p Wijlre),
lèg (Q201p Wijlre, ...
Q201p Wijlre)
|
leeg (ijdel, ijl, laas) [DC 03 (1934)] || niets bevattende, gezegd van bijv. een fles, een kan, een kopje, een vertrek etc. [leeg, ijdel, ijl] [N 91 (1982)] || waar niemand aanwezig is, leeg [wepel, verlaten] [N 91 (1982)]
III-4-4
|
| 18920 |
leegloper |
leegloper:
lègleuper (Q201p Wijlre)
|
een persoon die zonder iets te verrichten en zonder bezigheden rondloopt [leuteraar, leegloper] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 21593 |
leerling |
schoolkind:
ps. hier noteert invuller "sjoël", en niet "sjoeël"(zoals antwoorden bij vrg. 231 en 233)!
sjoëlkinger (Q201p Wijlre)
|
de persoon [meestal een kind] dat onderwijs krijgt [leerder, leer] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 22017 |
leervlucht |
leervlucht:
liervluch (Q201p Wijlre)
|
Hoe zegt men / hoe noemt men in Uw dialect: een georganiseerde vlucht om jonge duiven te leren [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 20110 |
leeuwenbek |
leeuwenbek:
liewebek (Q201p Wijlre)
|
Leeuwenbekje (antirrhinum majus). De onderste bladeren staan bijna altijd kruisgewijs, de bovenste verspreid. Grote (ruim 3 cm), verschillend gekleurde bloemen met korte, brede kelkbladeren. De bloemen staan in trossen aan de stengeltoppen (kalfssnuit, kn [N 92 (1982)]
III-4-3
|