e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Zolder

Overzicht

Gevonden: 3499
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
balkenbrij pensding: pɛ.nzde.ŋk (Zolder) balkenbrij [Goossens 1b (1960)] III-2-3
balzak beurs: Verouderd.  bórs (Zolder), beursje: bùrzeke (Zolder), kwarrel: kwárrel (Zolder), zak: zák (Zolder) balzak, scrotum [zak, beurs] [N 10c (1995)] III-1-1
bandje over de mouw aan de onderkant pat (<fr.): cfr. WNT: pat (I) [van fr. patte], bet. 2): oneig., als kleermakersterm; ook in den verkl. patje. Een korte strook of lap die met het eene uiteinde aan een deel van het kledingstuk is bevestigd en aan het andere uiteinde door middel van een knoop wordt vastgemaakt.  pat (Zolder) een bandje over de mouw aan de onderkant (pat?) [N 59 (1973)] III-1-3
bangerik onnozele sul: onüssele sul (Zolder), schouwerik: schŏwerik (Zolder) Bloodaard, bangerik, enz. [ZND 05 (1924)] III-1-4
bankbiljet briefje: ps. omgespeld volgens Frings.  brøvkə (Zolder) bankbiljet, banknoot, een ~ [briefke?] [N 21 (1963)] III-3-1
barensweeën ween: hur weeje krèè.ge (Zolder), weeën krijgen (Zolder) Barenswee: periodieke pijnen die voorafgaan aan het baren (poos). [N 115 (2003)] III-2-2
barrevoets barrevoets: bɛrəvuts (Zolder), barvoets: bervoets (Zolder) barrevoets [ZND 19 (1936)] || blootvoets [RND] III-1-3
bascule bascule: bāskøl (Zolder) Weeginstrument met vaste vloer (bascule). [N 18 (1962)] III-3-1
bebroed bevrucht ei goed ei: goed ei (Zolder) [N 19, 54c] I-12
bebroed onbevrucht ei rot ei: rot ei (Zolder) [N 19, 54b] I-12