e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Zonhoven

Overzicht

Gevonden: 5466
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
bank van lening bank: bank (Zonhoven) de instelling van gemeente of particulieren waar men geld krijgt op onderpand van onroerende goederen [bank van lening, lommerd, pandjeshuis] [N 89 (1982)] III-3-1
bankhamer hamel: hāmǝl (Zonhoven) Kleinere hamer met vierkante of ronde kop en pen die door metaalbewerkers wordt gebruikt bij het bankwerk. Zie ook afb. 150a-c. [N 33, 56; N 33, 67; N 64, 39a; N 66, 6a; N 66, 7c; monogr.] II-11
bankschroef bankschroef: baŋkšxrūf (Zonhoven) Het werktuig dat aan de voorzijde ter hoogte van één van de poten en soms ook aan de zijkant van de werkbank is aangebracht en dient om werkstukken vast te klemmen. De bankschroef bestaat uit een houten blok dat met het werkblad verbonden is door middel van een horizontale draadspil die er dwars doorheen steekt. Aan de voorzijde is deze spil voorzien van een houten of ijzeren zwengel waarmee de bankschroef los- en vastgedraaid kan worden. Zie ook afb. 113. [N 53, 208j; N 53, 208n-o; monogr.] II-12
barensweeën ween: weeën (Zonhoven) Barenswee: periodieke pijnen die voorafgaan aan het baren (poos). [N 115 (2003)] III-2-2
barmsijs barmpje: bermke (Zonhoven), noordsijs: nōrsɛjs (Zonhoven) barmsijs III-4-1
barrevoets barrevoets: berəvyts (Zonhoven), bèrəvuts (Zonhoven), bé.rreves, bé.rrevuts (Zonhoven), bɛrəvuts (Zonhoven) barrevoets [ZND 01 (1922)], [ZND 19 (1936)] || barrevoets (blootsvoets) || blootvoets [RND] III-1-3
basiliek basiliek (<lat.): de basiliek (Zonhoven) Een basiliek. [N 96A (1989)] III-3-3
basterdsuiker potsuiker: pótsòkker (Zonhoven, ... ) bastaardsuiker III-2-3
bazige vrouw commandant: kòmmenda.nt (Zonhoven) bazige vrouw III-1-4
bed bed: be̝ͅt (Zonhoven), bøt (Zonhoven), De bèdde mao.ke: de bedden opmaken  bèt (Zonhoven), nest: Ruw hië kaan nie óóët zenˆ nèst: hij geraakt niet uit zijn bed  nèst (Zonhoven) bed [RND] III-2-1