e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Aubel

Overzicht

Gevonden: 406
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
verliezen verliezen: verleeze (Aubel, ... ) Verliezen. [Willems (1885)] III-3-1, III-3-2
versieren (met bloemen) sieren: seeren (Aubel) Versieren. [Willems (1885)] III-3-2
vespers vesper (lat.): də vispər (Aubel) de vespers [RND] III-3-3
veulen veulen: vyø̜lǝ (Aubel) Jong paard, gewoonlijk tot de leeftijd van twee en een half jaar. [JG 1a, 1b; A 4, 2d; L 20, 2d; L A1, 262; N 8, 1; Gwn 5, 10; RND 107; S 40; Wi 4; monogr.] I-9
vieren vieren: viäre (Aubel) Vieren. [Willems (1885)] III-3-2
vieruursboterham caf-drinken, het -: ka‧feͅ drēŋkə (Aubel) de maaltijd met brood rond 4 uur [N 07 (1961)] III-2-3
vinger vinger: veŋər (Aubel) vinger [RND] III-1-1
viool viool: veel (Aubel) Viool. [Willems (1885)] III-3-2
vis, algemeen vis: väsch (Aubel) vis [Willems (1885)] III-4-2
vissen vissen: väsche (Aubel) Visschen. [Willems (1885)] III-3-2