e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
de kaarten ronddelen delen: deile (Ell, ... ), deilen (Maastricht, ... ), dele (Brunssum, ... ), delen (Eigenbilzen, ... ), dēlə (Nieuwenhagen), dēͅlə (Opglabbeek), deͅilə (Hulsberg, ... ), deͅjlə (Maastricht), deͅlə (Meijel), dijlen (Kesseleik), dèjle (Stal), délle (Meijel), dɛlə (Oirlo), De kaarten delen (uitdelen).  delə (Hamont), Wie gedeeld heeft, zit achterop.  dèilə (Meeswijk), Wië mòt dee.ële? Wie moet ronddelen?  dee.ële (Zonhoven), geven: gae:ve (Kaulille), gaeve (Beesel, ... ), gaive (Ell, ... ), geave (Lutterade), geeve (Doenrade, ... ), geeven (Brunssum, ... ), geive (Ingber), geiven (Born), gejeve (Loksbergen), geve (Gronsveld, ... ), geven (Eksel, ... ), geëve (Diepenbeek), gēvə (Epen, ... ), gēəvə (Mheer), gēͅvə (Amstenrade, ... ), gēͅəvə (Nieuwenhagen), geͅavə (Eys), ghøͅfəvə (Tienray), gië.ve (Zonhoven), gèjve (Stal), gèjven (Heusden), gééve (Meijel), gɛvə (Oirlo), gɛ̄və (Maasbree, ... ), jēəvə (Kerkrade), jɛ̄:və (Gemmenich), Bij kaarten: Ich höf aaf en doe geufs.  gaeve (Echt/Gebroek), NB geever: wees de geever: kaartterm, ronddelen, uitdelen.  geeve (Sint-Truiden), NB gië.ver: gever (kaartspel).  gië.ve (Zolder), pag. 21 sub aofkampe: Diech moos - en zijj moot geve.  geve (Maastricht), Sub kaart.  de kaart gève (Meerlo, ... ), Sub kaarte.  gaeve (Weert), Wië mut gië.ve? (gall.).  gië.ve (Hasselt), Wéë zennen toer is t vör te geëve: Wiens beurt is het om te geven (kaarten uitdelen)?  geëve (Kortessem), langen: lange (Klimmen), (Veroud. Kaartsp.: Wie moet er langen?  laŋən (Lommel), ronddelen: We zullen nog eens ronddelen en dan scheiden we uit.  rondèələ (Zonhoven), tuisen: toese (Bocholt), uitdelen: oetdeile (Venlo), oetdeille (Vlodrop), owtdeͅilə (As), oétdejle (Gronsveld), uitgeven: oetgeeve (Oirsbeek), oetgeven (Stein) (Kaarttermen): Speelkaarten ronddelen. || (Speel)kaarten uitdelen. || 2. Delen bij t kaartspel. || 2. Geven (kaartterm). || [Delen bij het kaartspel]. || [II.] Kaarten uitdelen. || [Kaarten ronddelen]. || De kaarten ronddelen [delen, geven, hangen]. [N 88 (1982)] || Delen, kaart delen. || Delen. || Delen: *3. De kaarten geven. || Delen: 2) kaarten ronddelen. || Delen: 3. (Kaartspel) verdelen. || Geven (kaarten uitdelen). || Geven, delen. || Geven. [Delen.] || Geven: 2) kaarten ronddelen. || Geven: 3. (Kaartsp.) De kaarten ronddelen. || Geven: 3. Delen (kaartsp.). || Jääve: 3. (Kartensp.) Die Karten verteilen. || Kaarttermen: Delen. || Langen: Aangeven, geven. || Ronddelen. || Ronddelen: *(Kaartsp.) Iedereen laten delen. || Uitdelen. III-3-2