e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
rokkostuum frak: frak (Gennep, ... ), vrak (Bleijerheide), habijt (<lat.): abied (Opglabbeek), habit (Horpmaal), hàbéjt (Bilzen), àbéjt (Bilzen), i en t worden uitgesproken  habit (Eisden), habit (fr.): abie (Sint-Truiden), Et. Fr. habit.  àbbï (Tongeren), mv. habbyt\\  habby (As), kelnerfrak: kelnerfrack (Bleijerheide), kostuum: kostym (Montzen), rok: rok (Geleen, ... ), ròk (Bilzen), rokkostuum: rok costuum (Horst), rok-costuum (Doenrade), rokcostuum (Born), rokkostuum (Stein), rokkəstuum (Schinnen), ròkkəstum (Bilzen), rokpak: rokpak (Reuver), schwalbenschwanz (du.): Van Dale (DN): schwalbenschwanz, 1. zwaluwstaart; - 2. zwaluwstaart, pandjesjas; - 3. slip, pand (v.e. pandjesjas).  schwalbenschwanz (Bleijerheide), smoking: smoking (Eisden, ... ), smoͅukeŋ (Niel-bij-St.-Truiden), zwaluwenstaart: schwalgestert (Echt/Gebroek), zwalge stert (Echt/Gebroek), Zie ook gattekletser en pitteleer. NB p. 428: zwats, zwaluw.  zwatsestaart [zwats+ən+stärt} (Lommel), zwaluwstaart: zjwalbersjtart (Meerssen), zweləvərstàət (Schulen), zweͅləvərstat (Niel-bij-St.-Truiden), Bet. 3; bet. 2: zwaluwstaart (soort houtverbinding).  zwèlleverstàt (Sint-Truiden) herenrok, rokkostuum || het rok-costuum [N 59 (1973)] || rok || rokjas || rokkostuum III-1-3