e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
uit de as gezeefde kolen ameren: aomere (Doenrade, ... ), aomerre (Posterholt), aëmere (Eijsden), āōmere (Schimmert), oamere (Guttecoven, ... ), ōͅmərə (Roggel), ge-amer: ge-euëmer (Hoensbroek), gezifts: gəzeͅfs (Remersdaal), gruis: gruus (Hamont, ... ), houtskool: houtskool (Houthalen, ... ), kluiten: klütte (Kerkrade), kolengries: koelegries (Neeroeteren), kooltjes: keltjes (Hulst/Konijnsberg), keuljes (Hulst/Konijnsberg), keulkens (Heusden, ... ), keulkes (Heusden), keulkəs (Koersel), keuëlkes (Hoensbroek), kolkes (Engsbergs), koälkes (Venlo), kulkes (Achel, ... ), käölkes (Valkenburg), kölkes (Tegelen), kəlkəs (Velm), kruiskool: krauskool (Peer), Van hout.  krouskolen (Peer), oudding: aaddink (Melick), aait dink (Lanaken), aawod dink (Bocholt), ad ding (Waltwilder), aoddink (Kerkrade), aud denk (Maaseik, ... ), aud dink (Bree), audenk (Dilsen, ... ), audɛ.ŋk (Stokkem), aut ding (Bree), aut dink (Gruitrode), au̯deͅŋk (Meeswijk), aw deink (Mechelen-aan-de-Maas), awd denk (Neeroeteren), awddènk (Echt/Gebroek), awdenk (Maaseik), a͂denk (Maaseik), houdeng (Lanklaar), oadenk (Echt/Gebroek), ŏŏd-dīnk (Mheer), \"aser‹oj\"is het overblijfsel van kolen dat uit de kachel komt, daaruit wordt \"awdenk\' geraapt dat nog eens kan branden.  awdenk (Opgrimbie), de in de asla aanwezige kolenresten werden na het zeven bevochtigd en daarna als\"gedëks\"(Z.d) nog een keer gebruikt om de gloed te dempen of het vuur te temperen gedurende de tijden, dat matig verwarmd en niet gekookt werd Op deze manier spaarde men brandstof  autténk (Sittard), Houtskool = \"aomerten\".  auwd ding (Neeroeteren), Note v.d. invuller: (overlevering 1920) De stoker van de Stoomzuivelfabriek had massaal de beschikking over oad-dink, van de vele kolen die in de ketel werden gestookt. Hij stelde de directeur voor dat aan de burgerij te koop aan te bieden. Volgende dag stond bij de fabriek een bord met de tekst: \"WIJ VERKOPEN GRUIS EN OOK OOT-DENK\".  aod-dink (Maasbracht), Oud ding.  aut deͅnk (Opglabbeek), ouddingsdrek: au̯deͅŋks˂drɛk (Meeswijk), oude kolen: aa kole (Peer), ringelskolen: reŋəlskoͅalə (Bleijerheide, ... ), spikkolen: spik`kolen (Sint-Truiden), spikaule (Jeuk), spikkoale (Gelinden), spikkolen (Heers), spikkuələ (Gutshoven), uitraapsel: autraupsel (Wintershoven) haardasse, sintels waartussen nog brandbare stukjes steenkool zijn || Hoe heet het overblijfsel van verbrande kolen dat nog eens kan branden ? [ZND 42 (1943)] || Hoe noemt u datgene dat uit de kachel komt en dat nog kan branden nadat de as eruit gezeefd is (van steenkool)? (bluskool, sintel, kooltjes, krikken) [N 104 (2000)] || kolenresten || na zeven van de as nog brandbaar materiaal || overblijfsel van de uitgebrande steenkolen, dat gezeefd, nog eens gebruikt wordt als brandstof || uit de as gezeefde kolen III-2-1