e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
loscultivateren cultivateren, met de cultivator werken of bewerken:   lǫskulǝvātǝrǝ (Ottersum) I-2
losdabben hakken, wieden met de hak:   lǫ.sdabm (Overpelt), lǫsda.bǝ (Hamont), lǭs˱dabǝ (Sint-Truiden) I-5
losdoen schoven ontbinden:   lǫs˱dun (Achel, ... ), lǫs˱duǝn (Hasselt  [(nadat men een tijdje gedorst heeft)]  , ... ), lǫs˱dūǝn (Beverst, ... ), lǫs˱dōn (Bocholt, ... ), tornen:   losdoǝ (Gulpen), losdoǝn (Puth), losdun (Diepenbeek, ... ), losduwn (Houthalen), losduǝ (Margraten), losdō (Bingelrade, ... ), losdōn (Amby, ... ), losdūn (Bilzen, ... ), losdūwǝ (Eys), lōsduwn (Neerpelt), lōsduǝ (Nieuwenhagen), lǫsdūn (Loksbergen) I-4, II-7
losdraaien de zaag ontspannen:   lǫs˱drɛjǝ (Herten), draaiing uitlaten:   lǫsdrō (Loksbergen), opzeilen:   lǫs˱dręjǝ (Weert) II-12, II-3, II-7
losdriegen tornen:   losdrigǝn (Zolder) II-7
losgat spouwgat:   lǫs˲gāt (Venlo), tap van de houten gierton:   lǫs˲gā.t (Boukoul, ... ) I-1, II-12
losgebakken brood brood met gaten in de kruim:   losgǝbakǝ brūǝt (Schinveld) II-1
losgebroken baldadig (persoon):   losgebraoke (Nunhem) III-1-4
losgegange naad losse naad:   losgǝgaŋǝn nǭt (Noorbeek) II-7
losgegangen ontnaaid:   losgǝgaŋǝ (Schimmert) II-7