e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=L192p plaats=Bergen

Overzicht

Gevonden: 1063
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
werken werken: wɛrkə (Bergen) werken [RND] III-3-1
wervel klink: kleŋk (Bergen) Blokje hout, dat draaibaar om een spijker op de kozijnstijl is aangebracht en dient om deuren van kastjes en schuurtjes gesloten te houden. In het gebied rond Weert werd het ook voor vensterluiken gebruikt. Zie ook 'Limburgs Idioticon', pag. 291, s.v. 'wölverke', het, ø̄Nachtslotje. 't Is de kantuitspraak van wervelke. Geh. St-Truiden.ø̄ [A 27, 32a-b; monogr.] II-9
wervelwind windhoos: wiendhōēs (Bergen), windhoes (Bergen) Hoe noemt men een ronddraaiende wind, die stof en zand van de grond doet opwervelen of water als een zuil omhoogzuigt? [DC 30 (1958)] || wervelwind [hauwmauw, remouw, hauw, ow, mouwmeuke, windroes] [N 22 (1963)] III-4-4
wesp mispel: mispel (Bergen) wesp [DC 09 (1940)] III-4-2
wezel wezel: wezel (Bergen) wezel [DC 07 (1939)] III-4-2
wieg wieg: wieg (Bergen) Het rondsel bovenaan de koning, dat in het aswiel grijpt. Zie ook afb. 64.17 en 58. [N O, 50e; A 42A, 103; Sche 39; A 42A, 13; A 42A, 11; N O, 14a] II-3
wiel rad: rat (Bergen), meervoud  rār (Bergen), wiel: wil (Bergen), (mv)  wilǝn (Bergen) Algemene benaming voor het wiel van een kar of een wagen. De karren en wagens hebben aanvankelijk houten wielen met daarrond een ijzeren band, om slijtage tegen te gaan. Na de tweede wereldoorlog werden deze houten wielen geleidelijk aan vervangen door wielen met luchtbanden. Afhankelijk van de omtrek heeft een wiel tien tot veertien spaken. [N 17, 57a-b + add; N 18, 99 + add; N G, 4; JG 1a + 1b; Gi 1,1; L 20, 21; L 38, 41; A 2, 60; A 4, 21; A 43, 1a-b; Wi 5; S 29; monogr.] I-13
wielewaal wielewaal: wielwaal (Bergen) Hoe heet de wielewaal? [DC 06 (1938)] III-4-1
wijde regenmantel zonder mouwen cape (eng.): keep (Bergen) regenmantel, wijde ~ zonder mouwen [keep] [N 23 (1964)] III-1-3
wijn wijn: wĭĕn (Bergen) wijn [RND] III-2-3