e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Borlo

Overzicht

Gevonden: 2106
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
blaren blaren: blǭrt (Borlo) Het verschijnsel waarbij een verflaag plaatselijk van de ondergrond loslaat en er zwellingen ontstaan. Het blaren kan verschillende oorzaken hebben. De voornaamste zijn: vocht in het geschilderde materiaal en slechte hechting van de verflaag aan het materiaal. [L 32, 78; monogr.] II-9
bleek bleek: he is zouw bliek (Borlo) hij is zo bleek [ZND 21 (1936)] III-1-2
bles bles: blɛs (Borlo) Witte streep op het voorhoofd van de koe. [N 3A, 136b; N 3A, 135b] I-11
blijven wachten blijven: blijven (Borlo) blijven [ZND 25 (1937)] III-4-4
bliksem, bliksemflits bliksem: de bliksem (m.)  də bleͅksəm (Borlo), bliksemstraal: bliksemstraal  bleͅksəm strōəl (Borlo) bliksemschicht, bliksemstraal [weerlicht, blidderum] [N 22 (1963)] || weerlicht waarvan men de eigenlijke straal niet ziet, oplichtend aan de horizon [zeebrand] [N 22 (1963)] III-4-4
bliksemen bliksemen: het bliksemt (Borlo, ... ), tbleͅksəmt (Borlo) bliksemen [ZND 21 (1936)] || bliksemen met een felle straal [t vuurlicht] [N 22 (1963)] || het bliksemt [ZND 01 (1922)] III-4-4
bloedaders bloedaderen: blutōǝrǝ (Borlo) Aders zichtbaar op de uier. [N 3A, 118c] I-11
bloedgang witte draad: wetǝn droǝt (Borlo) Uitscheiding van een niet bevruchte koe. [N 3A, 31] I-11
bloedluis bloedluis: blutlās (Borlo) bloedluis, luis die kankergezwellen veroorzaakt aan appelbomen [N 26 (1964)] III-4-2
bloedworst bloedpens: bloedpens (Borlo), bluu̯tpɛns (Borlo) bloedworst [Goossens 1b (1960)], [ZND 21 (1936)] III-2-3