e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Borlo

Overzicht

Gevonden: 2106
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
bezemsteel steel: stei̯l (Borlo) bezemsteel [RND] III-2-1
bezoeken bezoeken: bezukken (Borlo) Kom mij eens bezoeken. [ZND 21 (1936)] III-3-1
bibberen beven: beven (Borlo) beven, bibberen [ZND 21 (1936)] III-1-2
bidden bidden: dje moet bidden (Borlo) Ge moet bidden (in de kerk). [ZND 21 (1936)] III-3-3
biechten (gaan) te biechte gaan: ve gaon te biechten (Borlo) We gaan biechten, of ... ons biechten, of ... te biechte (welke uitdrukking is hiervoor gebruikelijk?). [ZND 21 (1936)] III-3-3
bieden bieden: biə (Borlo), hogen: hugen (Borlo) bieden [RND], [ZND 21 (1936)] III-3-1
bier bier: bĭĕjr (Borlo), verzamelfiche ook mat. van ZND 01 (a-m) ook ZND 22 vr. 27a  bier (Borlo) bier [RND], [ZND 06 (1924)] III-2-3
bieslook look: loek (Borlo) [ZND 34 (1940)] I-7
biestmelk biestmelk: bii̯smɛlǝk (Borlo) De eerste melk van de koe, nadat ze gekalfd heeft. [L 32, 100; JG 1a, 1b; S 3; A 7, 18; monogr.] I-11
bietenplantjes uitdunnen kappen: kapǝ (Borlo) Uit de rijen jonge plantjes telkens enkele exemplaren weghalen zodat de overgebleven bietenplantjes meer ruimte krijgen om uit te groeien. Doorgaans wordt dit werk in twee fases gedaan. Eerst wordt met de schoffel of de hak op regelmatige afstanden de rij plantjes over de breedte van de schoffel onderbroken. Van de overgebleven groepjes wordt dan iets later alleen het beste plantje overgehouden; de andere worden met de hand uitgetrokken. Tegelijk wordt dat geselecteerde plantje extra aangezet. Intussen wordt, zoals op het aardappelveld, regelmatig onkruid gewied; zie de toelichting bij het lemma Aanaarden. Het object van de handeling is steeds bieten, bietenplantjes. [N 12, 45; N Q, 8; JG 1b; monogr.; add. uit N 15, 2] I-5