e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Eijsden

Overzicht

Gevonden: 2926
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
zich aanstellen zich aanstellen: aonstellen (Eijsden) zich aanstellen [N 102 (1998)] III-3-1
zich bemoeien met bemoeien: bemeuie (Eijsden) bemoeien [SGV (1914)] III-3-1
zich inbeelden zich inbeelden: ienbeelde, zich (Eijsden) inbeelden, zich [SGV (1914)] III-1-4
zich schuren zich schuren: zex šōrǝ (Eijsden) Zich schuren tegen een paal of boom vanwege de jeuk, gezegd van het varken. [N M, 7] I-12
ziek krank (du.): krank (Eijsden) ziek [SGV (1914)] III-1-2
ziekte krankte: krenkde (Eijsden) ziekte [SGV (1914)] III-1-2
ziel ziel: ziel (Eijsden) ziel [SGV (1914)] III-3-3
zien, kijken lonken: loonke (Eijsden), zien: zien (Eijsden), zīn (Eijsden) kijken [SGV (1914)] || zien [RND], [SGV (1914)] III-1-1
zijde zij: (het woord "zi-j"is zowel bij a als bij b hetzelfde!).  ping īēn de zi-j (Eijsden) zij, zijde (pijn in de zij) [N 07 (1961)] III-1-1
zijden omslagdoek zijden plag: zije plak (Eijsden) omslagdoek, zijden ~ [N 23 (1964)] III-1-3