| 21939 |
opvliegen |
opvliegen:
opvleege (L417p As),
òpvleegə (L417p As)
|
Hoe benoemt U allerlei vormen van vliegen: starten, wegvliegen, opvliegen? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 20201 |
opvoeden, grootbrengen |
opbrengen:
opbrènge (L417p As),
opleiden:
opleije (L417p As),
optrekken:
een volkser gezegde voor opleije
optrèkke (L417p As)
|
opvoeden || opvoeden, grootbrengen
III-2-2
|
| 20207 |
opvoeding |
opvoeding:
opvojing (L417p As)
|
opvoeding
III-2-2
|
| 28104 |
opvullen |
stape maken:
stap mākǝ (L417p As
[(Zwartberg / Waterschei)]
[Eisden])
|
Een ontkoold pand met stenen en/of zand opvullen. [N 95, 541; N 95, 542; N 95, 543; N 95, 555; monogr.; Vwo 731; Vwo 732; Vwo 847]
II-5
|
| 28105 |
opvulling, opvulmateriaal |
stenen voor het stort:
stęjn vīr ǝt stǫrt (L417p As
[(Zwartberg / Waterschei)]
[Maurits])
|
Het materinal waarmee de door de koolwinning ontstane lege ruimten worden opgevuld. [N 95, 540; N 95, 543; N 95, 103; N 95, 104; monogr.; Vwo 135; Vwo 419; Vwo 533; Vwo 730; Vwo 848]
II-5
|
| 32159 |
opwollen |
spikken:
spekǝ (L417p As)
|
Het ruw worden van het houtoppervlak nadat het met een vloeistof, zoals beits, is ingewreven. De poriën tussen de houtvezels vullen zich dan, waardoor het hout zwelt en de houtvezeltjes zich oprichten. Het hout dient in zoɛn geval eerst geschuurd te worden, alvorens een volgende (beits)laag kan worden aangebracht.' [N 56, 46]
II-12
|
| 19037 |
opzettelijk |
expres:
ekspres (L417p As),
espres (L417p As),
De höbs det espres neet gezagt
espres (L417p As)
|
moedwillig, opzettelijk || moedwillig,opzettelijk || opzettelijk [ZND 01 (1922)]
III-1-4
|
| 28065 |
opzichter |
porion:
pǝrjõ̜ (L417p As
[(Zwartberg / Waterschei)]
[Zolder])
|
Laagste rang bij het toezichthoudend personeel in het ondergronds bedrijf. De porion koppelt de opdracht van de ploegbaas aan die van de toezichter en hij is verplicht een in verlegenheid verkerende arbeider de helpende hand toe te steken (Defoin pag. 189). De opzichter is te herkennen aan zijn meterstok (zie het lemma Meterstok), maar ook aan zijn koperen lamp (Emma, Hendrik, Wilhelmina, Oranje Nassau I, III, IV, Maurits) of blanke lamp (Winterslag, Waterschei, Emma, Oranje Nassau I-IV, Willem-Sophia, Laura, Julia), aan een witte band op de petlamp (Zolder), aan zijn witte pak (Maurits, Domaniale, Julia), aan zijn witte helm (Eisden) en aan zijn witte lamp met groene ring (Zwartberg, Waterschei). Om opzichter te worden moest men in Nederland de Mijnschool volgen. [N 95, 128; monogr.; N 95, add.; Vwo 576; Vwo 615; Vwo 744]
II-5
|
| 28170 |
opzichter van de luchtverversing |
lochtcontroleur:
lǫxtkontrǝlø̄r (L417p As
[(Zwartberg / Waterschei)]
[Zwartberg, Waterschei]),
lochtmeter:
ǫxtmę̄tǝr (L417p As
[(Zwartberg / Waterschei)]
[Winterslag, Waterschei])
|
De persoon die zorgt voor de circulatie en verdeling van verse lucht in de mijn; tevens controleert hij de vochtigheidsgraad van de lucht en de aanwezigheid van mijngas. [N 95, 135; monogr.]
II-5
|
| 20130 |
opzitten |
zitten als is er aan het bidden:
WBD/WLD
zitte als is er aan ’t bééje (L417p As)
|
Hoe noemt u op de achterste poten zitten met opgeheven voorpoten, gezegd van een hond (bidden, lezen) [N 83 (1981)]
III-2-1
|