| 23632 |
met de collecteschaal rondgaan |
met de open schaal rondgaan:
met de aoëpe sjaol rondgaoë (Q203p Gulpen),
openschaalcollecte (zn.):
n aoëpe sjaol collecte (Q203p Gulpen)
|
Collecteren met de open schaal, met de schaal rondgaan. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 25389 |
met de poten roeren |
poten broeien:
pȳǝt brø̄ǝ (Q203p Gulpen)
|
Met de poten in het water bewegen om zo de haren beter te kunnen weken. [N 28, 22; monogr.]
II-1
|
| 22341 |
met de vlakke hand op iemands rug slaan |
versoppen:
ing versoppe (Q203p Gulpen)
|
Met de vlakke hand op iemands rug slaan [batsen, doezen]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 22641 |
met een drijftol spelen |
kokkerellen:
kokerellen (Q203p Gulpen),
kokkerelle (Q203p Gulpen, ...
Q203p Gulpen)
|
Hoe noemt men het spelen met dit speelgoed [kinderspeelgoed dat paddestoel- of kegelvormig is en dat met een zweep wordt voortgedreven]? [DC 24 (1953)]
III-3-2
|
| 22760 |
met een priktol spelen |
dokken:
dokke (Q203p Gulpen)
|
Hoe noemt men het spelen met dit speelgoed [een stuk speelgoed dat in beweging wordt gebracht met behulp van een touwtje dat er omheen wordt gedraaid]? [DC 24 (1953)]
III-3-2
|
| 20570 |
met kleine hapjes eten |
busselen:
bussele (Q203p Gulpen),
moffelen:
moafele (Q203p Gulpen)
|
Hoe noemt U: Druk eten met kleine hapjes (busselen) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 34004 |
met paard en koets rijden, paardrijden |
rijden:
rīi̯ǝ (Q203p Gulpen)
|
Het paard besturen als het voor de koets gespannen is, of als het als rijdier gebruikt wordt. Deze twee begrippen worden terminologisch niet onderscheiden. [JG 1a, 1b; Wi 29; monogr.]
I-10
|
| 22347 |
met sneeuwballen gooien |
met sneeuwballen werpen:
mit schniebel werpe (Q203p Gulpen)
|
Met sneeuwballen naar elkaar gooien [ruiken]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 25101 |
met tussenpozen regenen |
buiig:
buuïg (Q203p Gulpen),
tussendoor regenen:
⁄t rent tusje durg (Q203p Gulpen)
|
af en toe regenen [veuren] [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 25403 |
metalen broeibak |
broeiketel:
brø̄kēǝtǝl (Q203p Gulpen)
|
De metalen bak waarin heet water wordt gegoten. In dit water wordt het varken geheel ondergedompeld om de haren los te weken. [N 28, 21; Veldeke 37, 36]
II-1
|