| 25449 |
inkuipen |
inzouten:
enzǫwtǝn (Q039p Hoensbroek),
sorteren:
sǫrtērǝn (Q039p Hoensbroek)
|
De stukken vlees rangschikken in de houten kuip waarin ze bewaard worden. Volgens een aantal respondenten (L 163, 265, Q 118, 121, 198) worden de schenken op de bodem gelegd en daarbovenop het spek. Schouderstukken en poten worden ertussen gelegd (L 265). Bovenaan komen ook de ribben te liggen (L 330). [N 28, 111; monogr.]
II-1
|
| 33182 |
inleggen (in een voor) |
poten:
[poten] (Q039p Hoensbroek)
|
Voor de fonetische documentatie van de typen poten en planten zie het lemma Poten; het verspreidingsgebied van zetten in dit lemma komt niet overeen met dat in het lemma Poten; het type is hier dan ook gedocumenteerd. [N 12, 11; JG 1a, 1b; monogr.]
I-5
|
| 21650 |
inmijner? (wbd) |
opkoper:
opkèùper (Q039p Hoensbroek)
|
Heeft men voor de persoon bedoeld in de vorige vraag nog een bepaalde naam? [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 25236 |
inslaan, van de bliksem gezegd |
inslaan:
insjlao (Q039p Hoensbroek),
insjloa (Q039p Hoensbroek),
insjlōāë (Q039p Hoensbroek)
|
inslaan, gezegd van de bliksem [afvellen] [N 22 (1963)]
III-4-4
|
| 34001 |
inspannen |
aanspannen:
āšpanǝ (Q039p Hoensbroek),
inspannen:
ešpanǝ (Q039p Hoensbroek),
voorspannen:
vȳršpanǝ (Q039p Hoensbroek)
|
Het opgetuigde paard voor een kar met berries spannen. Men plaatst het tussen de berries, waaraan de draagriem, de brede buikriem, en de strengen worden vastgemaakt. Voor andere voer- en landbouwwerktuigen wordt het paard niet in- maar aangespannen. De term inspannen werd echter ook enkele keren in de hier behandelde betekenis opgegeven. [JG 1b; N 8, 98a; RND 74]
I-10
|
| 23605 |
introïtus |
introtus (<lat.):
ĭntroïtus (Q039p Hoensbroek)
|
De intredezang, introïtus, door het koor gezongen. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 22328 |
inzet bij het spel |
pot:
pot (Q039p Hoensbroek)
|
Het geheel van wat door elk van de spelers in een partijtje op het spel gezet is [pot, zaad, zwik]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 20827 |
inzouten |
pekelen:
pīēëkele (Q039p Hoensbroek)
|
Wat is bij u de uitdrukking voor het inzouten van het vlees? [N 104 (2000)]
III-2-3
|
| 23514 |
jaargetijde |
jaardienst:
inne joaërdeens (Q039p Hoensbroek)
|
Een mis op de verjaardag van iemands overlijden, jaardienst, jaargetijde, jaargedachtenis [jörgentij, joaërgedechnis?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 21851 |
jaarmarkt |
jaarmarkt:
jaarmarkt (Q039p Hoensbroek),
markt:
merret (Q039p Hoensbroek)
|
de markt die elk jaar op een vaste tijd wordt gehouden [foor, jaarmarkt] [N 89 (1982)]
III-3-1
|