| 22448 |
inkopen doen voor sinterklaas |
sinterklaas kopen:
sinterkloas koupe (Q096b Itteren)
|
Inkopen doen voor St. Nicolaas (6 december) [kloteren]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 21867 |
inzet |
inzet:
inzat (Q096b Itteren)
|
de inzet door de verkoper gedaan om de prijs op te voeren op een veiling [schut, buurmansschut] [N 89 (1982)]
III-3-1
|
| 22328 |
inzet bij het spel |
pot:
pot (Q096b Itteren)
|
Het geheel van wat door elk van de spelers in een partijtje op het spel gezet is [pot, zaad, zwik]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 21851 |
jaarmarkt |
jaarmarkt:
joarmèrret (Q096b Itteren)
|
de markt die elk jaar op een vaste tijd wordt gehouden [foor, jaarmarkt] [N 89 (1982)]
III-3-1
|
| 20548 |
jam |
jam:
chèm (Q096b Itteren),
sjèm (Q096b Itteren)
|
jam; Hoe noemt U: Gelei van met suiker gekookte, fijngemaakte vruchten, om op de boterham te smeren (jam, confiture) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 19927 |
janken |
jammeren:
WLD
iemuru (Q096b Itteren)
|
Hoe noemt u een klagelijk hoog geluid voortbrengen, maar minder luid dan bij 018c (jonkelen, janken, kajiten, kajankelen, jammen) [N 83 (1981)]
III-2-1
|
| 22435 |
jarig zijn |
jarig zijn:
hè is jeurig (Q096b Itteren),
is ... jäörig (Q096b Itteren),
jeurich zin (Q096b Itteren)
|
Hij is in juli jarig, maar de datum ... ik vergeten. [DC 45 (1970)] || Hij is morgen jarig. [DC 02 (1932)] || Zijn geboortedag herdenken [jarig zijn, bejaren, verjaren]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 20561 |
jenever |
jenever:
sjeneever (Q096b Itteren)
|
jenever; Hoe noemt U: Sterk alcoholische drank bereid uit moutwijn waaraan bij de distillatie jeneverbessen zijn toegevoegd, die er het aroma aan verlenen (snevel, babbelwater, jandoedel, knevelwas, kwak, sjenevel, jenever, klare, snaps) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 21280 |
joelen |
keken:
keeke (Q096b Itteren)
|
zich luidruchtig gedragen met veel gebaren en bewegingen; joelen [kwaken, jouwen, joelen, herriën, stachelen] [N 87 (1981)]
III-3-1
|
| 22379 |
jojo |
jojo:
jojo (Q096b Itteren)
|
Het speeltuig bestaande uit een schijf die langs een koord dat eromheen gewonden is, afloopt en door de traagheid zichzelf weer opwindt [jojo]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|