| 18280 |
werkdaagse hoed |
`s werkdaagse hoed:
mien ’s werkdaagsen hood (L316p Kaulille)
|
mijn werkdaagse hoed [ZND 08 (1925)]
III-1-3
|
| 21486 |
werkdag |
werkdag:
mien ’s werkdaagsen hood (L316p Kaulille)
|
mijn werkdaagse hoed [ZND 08 (1925)]
III-3-1
|
| 21604 |
werkdag, weekdag |
werkdag:
werkdaag (L316p Kaulille)
|
werkdag [ZND 08 (1925)]
III-3-1
|
| 19132 |
werken |
werken:
wirəkə (L316p Kaulille)
|
werken [RND]
III-3-1
|
| 33336 |
werken op de boerderij |
labeuren:
labø̜̄rǝ (L316p Kaulille),
schommelen:
sxomǝlǝ (L316p Kaulille)
|
Ook te verstaan als het doen van huishoudelijk werk in het boerenbedrijf. De belangrijkste termen in taalgeografische zin zijn ongetwijfeld schommelen en keuteren; deze zijn dan ook in kaart gebracht; vergelijk nog de behandeling van schommelen in Goossens 1963b. De op Nederlandse bodem ontstane afleiding labeuren van het Franse leenwoord labeur is in de semasiologische kaart 5 ondergebracht. Verreweg het grootste deel van de andere opgaven zijn expressief geladen uitdrukkingen met velerlei connotaties voor "hard werken, zich afsloven" in het algemeen. [JG 1b; L 8, 149, S 47; monogr. add. uit N 5A, 95a; L 37, 11c]
I-6
|
| 29932 |
werkjasje |
jasje:
jɛskǝ (L316p Kaulille)
|
De kiel die men in L 321 kende, reikte tot even over de heupen, was hoog gesloten en had een klein, staand boordje en twee opgestikte zakken. Het jasje was vervaardigd van lichtbruine 'pilo' ('pi`lo'), een stof die volgens de zegsman gauw vaal werd. [N 30, 5b; monogr.]
II-9
|
| 18574 |
werkkleren |
kwade boks:
Spelling: <`> = sjwa.
kaoj bóks (L316p Kaulille),
kwade jas:
Spelling: <`> = sjwa.
kaoje jas (L316p Kaulille),
kwade pullover:
Kaoj bóks, kaoje jas, kaoje ploov`r enz. Spelling: <`> = sjwa.
kaoje ploov`r (L316p Kaulille),
werkboks:
Spelling: <`> = sjwa.
wèrr`kbóks (L316p Kaulille)
|
Werkkleren. De kleren die men draagt als men klusjes doet. [N 114 (2002)]
III-1-3
|
| 18305 |
werkschoen |
ploegschoen:
plōXsXōən (L316p Kaulille),
vaarschoen:
vārsXōən (L316p Kaulille),
werkschoen:
werəksXōən (L316p Kaulille)
|
ploegschoenen [bow-, werkschoon] [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 25445 |
werveluitsteeksels losmaken |
wervels lossnijden:
wēǝrvǝls losnīǝn (L316p Kaulille)
|
De werveluitsteeksels losmaken om de ribben dikker te laten lijken. [N 28, 92]
II-1
|
| 25135 |
wervelwind |
wervelwind:
weͅrvəlwént (L316p Kaulille)
|
wervelwind [hauwmauw, remouw, hauw, ow, mouwmeuke, windroes] [N 22 (1963)]
III-4-4
|