27222 |
handlanger |
beer:
b ̇īr (Q121p Kerkrade),
handlanger:
hantlɛŋǝr (Q121p Kerkrade
[(Domaniale / Wilhelmina)]
, ... [Julia]
Q121p Kerkrade),
haŋklɛŋǝr (Q121p Kerkrade
[(Domaniale)]
, ... [Domaniale]
Q121p Kerkrade),
opperman:
ǫpǝrman (Q121p Kerkrade
[(meervoud: ǫpǝrly)]
)
|
Helper van de metselaar. Tot de taken van de handlanger behoren onder meer het aandragen van metselstenen en het klaarmaken van de specie. [N 30, 2a; N 30, 2b; N 30, 2c; N 30, 2d; N 30, 40b; N 30, 45a; N 31, 16b; L B 1, 104; monogr.; div.; Vld] || Niet-geschoolde arbeider die in de mijn meehelpt bij o.a. het vervoer. [N 95, 154]
II-5, II-9
|
29922 |
handlangeren |
aanvoeren:
āvø̄rǝ (Q121p Kerkrade),
handlangeren:
hantlaŋǝrǝ (Q121p Kerkrade),
haŋklɛŋǝrǝ (Q121p Kerkrade),
opperen:
ǫpǝrǝ (Q121p Kerkrade)
|
De metselaar helpen bij zijn werkzaamheden door onder meer metselstenen aan te dragen en mortel klaar te maken. [N 30, 2b; N 30, 2c; monogr.]
II-9
|
17662 |
handpalm |
naakte hand:
nackse hang (Q121p Kerkrade),
palm:
de palm (Q121p Kerkrade)
|
palm van de hand [N 10 (1961)]
III-1-1
|
28010 |
handpijler |
handpijler:
handpijler (Q121p Kerkrade
[(Wilhelmina)]
[Maurits]),
hantpęjlǝr (Q121p Kerkrade
[(Domaniale)]
[Julia]),
haŋkpęjlǝr (Q121p Kerkrade
[(Domaniale)]
[Oranje-Nassau I, Oranje-Nassau II, Oranje-Nassau III, Oranje-Nassau IV]),
handstreb:
hankštrēp (Q121p Kerkrade
[(Domaniale)]
[Willem-Sophia])
|
Pijler waarin de steenkool met behulp van de luchthamer wordt gewonnen. Zie ook het lemma Mechanische Pijler. [N 95, 281; monogr.]
II-5
|
31440 |
handschaar |
blikscheer:
blɛxšīǝr (Q121p Kerkrade
[(om dunne ijzerplaat of zink te knippen)]
),
platenscheer:
plātǝšīǝr (Q121p Kerkrade)
|
In het algemeen een handschaar voor het knippen van plaatmateriaal, banden, draad, etc waarmee vooral een rechte snede wordt gemaakt. Zie ook het lemma "handschaar voor boogvormige sneden". Voor zover door de informant opgegeven, wordt achter de betreffende plaatscode met behulp van een letter verwezen naar de verschillende scharen uit afb. 137. [N 33, 244; N 33, 265; N 64, 3a; N 66, 4a; monogr.]
II-11
|
31441 |
handschaar voor boogvormige sneden |
lokscheer:
lǭxšīǝr (Q121p Kerkrade
[(E -- om ronde gaten te knippen)]
),
loktang:
lǭxtsaŋ (Q121p Kerkrade
[(E)]
)
|
In het algemeen een handschaar waarmee men boogvormige sneden kan maken. De bekken en de benen van dit type schaar kunnen diverse vormen hebben. Zie ook afb. 138. Voor zover door de informant opgegeven, wordt achter de betreffende plaatscode met behulp van een letter verwezen naar de verschillende scharen uit afb.138. [N 33, 265; N 64, 3a; N 66, 4a]
II-11
|
25609 |
handschieter |
bredje:
brętšǝ (Q121p Kerkrade),
broodjesschieter:
brȳtjǝnsšesǝr (Q121p Kerkrade),
scheutel:
šøsǝl (Q121p Kerkrade)
|
Dun plankje waarop de kadetjes of andere broodjes, met twintig tegelijk, de oven worden ingeschoven. Woordtypen als "lange schieter" en "grote zwouw" wijzen erop dat hiervoor ook wel de gewone ovenpaal wordt gebruikt. Vgl. dit lemma met dat van ''ovenpaal''. [N 29, 96b] || Plankje waarmee het deegbrood op de ovenpaal gelegd wordt. In N 29, 45c werd gevraagd: "Waarmee legt u het brood op deze platte houten schop?" Bedoeld was met die platte, houten schop de "ovenpaal". Veel antwoorden duidden erop dat dit leggen van het brood op die schop met de hand(en) gebeurde. Deze opgaven zijn niet in het lemma opgenomen evenals de opgaven "karton" of "kartonnen vlakjes". Zie afb. 23. [N 29, 45c]
II-1
|
18256 |
handschoen |
haas:
heusje (Q121p Kerkrade),
häosj (Q121p Kerkrade)
|
handschoen || handschoenen, met vier vingers en een duim [vingerwante, haase, hejse] [N 23 (1964)]
III-1-3
|
18711 |
handschoen zonder vingers |
halfhaas:
Zie ook afb. p. 98.
haofhäosj (Q121p Kerkrade),
stuik:
of om pols. vgl. Kerkrade Wb. (p. 262): sjtoech, polswarmer (+ afb. p. 262). Van Dale (DN): Stauche, (pols)mof.
stuch (Q121p Kerkrade)
|
handschoen waarbij de vingers half zichtbaar zijn || wanten of handschoenen die de vingers onbedekt laten [meténtjes] [N 23 (1964)]
III-1-3
|
27545 |
handschoen, handbeschermer |
handbeschermer:
handbeschermer (Q121p Kerkrade
[(Wilhelmina)]
[Emma, Maurits]),
hands:
hø̜̄šǝ (Q121p Kerkrade
[(Domaniale)]
[Julia]),
hø̜š (Q121p Kerkrade
[(Wilhelmina)]
[Julia]),
handschoner:
haŋkšōnǝr (Q121p Kerkrade
[(Domaniale)]
[Domaniale])
|
Handschoen of handbeschermer. Er zijn werkzaamheden waarbij handbeschermingsmiddelen moeten worden gedragen zoals bij ijzertransport en andere waarbij het verboden is om deze middelen te dragen, zoals bij draaiende boren, werken aan bewegende delen van machines of aan- en afkoppelen van wagens (MBK V pag. 139). Lauraders moeten bij hun werk handschoenen dragen. [N 95, 882; N 95, 883]
II-5
|