| 30800 |
flank |
zijde:
zī (L369p Kinrooi)
|
Zijkanten van de buik tussen de achterste ribben en de heup. De flanken dienen kort, gesloten en gevuld te zijn. Zie afbeelding 2.32. [JG 1a, 1b; N 8, 12 en 32.10]
I-9
|
| 20838 |
flauw |
flauw:
flauw (L369p Kinrooi)
|
meeps (flauw van smaak) [ZND 31 (1939)]
III-2-3
|
| 18010 |
flauwvallen |
flauwvallen:
fla: valə (L369p Kinrooi),
flauw valle (L369p Kinrooi),
van zijn eigen gaan:
van zeneige gaan (L369p Kinrooi)
|
Bezwijming: flauwte, onmacht (zwijm(el), onmacht, kwalijk, flauw). [N 107 (2001)] || in bezwijming vallen [ZND B1 (1940sq)]
III-1-2
|
| 18024 |
fluimen uitspuwen |
kwatsen:
kwatṣə (L369p Kinrooi),
uitleggen:
ūtlaegə (L369p Kinrooi)
|
spuwen: fluimen uitspuwen [kwalstere, kwaajere, uitgooje] [N 10 (1961)]
III-1-2
|
| 33755 |
fokmerrie |
fokmeer:
fǫkmē̜.r (L369p Kinrooi),
fǫkmɛ̄r (L369p Kinrooi)
|
Een merrie geschikt voor de kweek of die één of meer veulens gehad heeft. Een kweekmeer werkt niet (Q 168), terwijl een veulensmeer ook in de kar loopt (Q 77). In tegenstelling tot een veulensmeer is een kweekmeer gewoonlijk drachtig. Kleinere boeren zorgen ervoor een veulensmeer te hebben, die jaarlijks een veulen werpt, waardoor elk jaar een aanspanner ter beschikking staat. [JG 1a, 1b; N 8, 50b]
I-9
|
| 20143 |
fopspeen |
lots:
lots (L369p Kinrooi)
|
fopspeen; hoe heet in uw dialect de fopspeen die men kleine kinderen in de mond stopt om ze stil te krijgen [DC 43 (1968)]
III-2-2
|
| 34119 |
forsgebouwde koe |
fors beest:
fǫrsǝ bēst (L369p Kinrooi)
|
[N 3A, 141a]
I-11
|
| 18784 |
franje |
franjel:
fraanjele (L369p Kinrooi),
frā:njələ (L369p Kinrooi)
|
Franje. Een randversiering bestaande uit een boordsel met een reeks afhangende draden, meestal in bundels of kwasten bijeen-gehouden [franje, franjel, fraling] [N 114 (2002)]
III-1-3
|
| 24315 |
fret |
fret:
fret (L369p Kinrooi)
|
fret: Hoe noemt u in uw dialect het marterachtige roofdier waarmee men jaagt op konijnen (het is de tamme albinovorm van de bunzing)? [N100 (1997)]
III-4-2
|
| 17598 |
fronsen |
fronsen:
frōnsə (L369p Kinrooi),
rimpselen:
rumpsele (L369p Kinrooi)
|
Fronsen: tot rimpels samentrekken, gezegd van wenkbrauwen en voorhoofd (fronsen, fronselen, rimpelen). [N 106 (2001)]
III-1-1
|