| 33017 |
ingezaaid land |
gereed:
gǝrīt (P046p Linkhout),
gezaaid:
gǝzɛ̄t (P046p Linkhout)
|
Wat men zegt van een akker wanneer alle bewerkingen tot en met het inzaaien verricht zijn. Zie ook het lemma ''pletplank, treedplankje'' in aflevering I.2, blz. 168. Het lemma bevat bijvoeglijke naamwoorden (attributief of predicatief gebruikt: ''ingezaaid land'' en ''het land is ingezaaid''), en, achterin, enkele zelfstandige naamwoorden en zegswijzen. [N 11A, 133b; N M, 25; monogr.]
I-4
|
| 34012 |
inhalen |
voorsteken:
vørstēkǝ (P046p Linkhout)
|
Gaan twee karren achter elkaar en gaat de laatste vlugger vooruit dan de eerste, dan zal ze haar voorganger inhalen. [JG 1a, 1b]
I-10
|
| 33030 |
inkappen, eerste slagen maken met de zicht |
inkappen:
enkapǝ (P046p Linkhout),
pikken:
pekǝ (P046p Linkhout)
|
De eerste slagen met de zicht maken in een aan te maaien akker en tevens het uitvoeren van de "eerste fase" van de zichtbehandeling; zie de algemene toelichting van deze paragraaf. De terminologie wordt soms ook gebruikt voor het maken van de eerste gang voor de maaimachine; dit wordt uitdrukkelijk vermeld in K 316, L 270, 294, 320c, 355, 360, 372, 419, 420, 432, P 186, Q 99*, 121c, 197, 197a. Voor de fonetische documentatie van het woorddeel [maaien], zie het lemma ''maaien'' (3.1.1) en de klankkaart (kaart 7) in aflevering I.3. [N 15, 16j; JG 1a, 1b, 1c, 1d, 2c; A 23, 16.2; L 48, 32.2; Lu 1, 16.1a; monogr.; add. uit N 15, 16f]
I-4
|
| 33259 |
inkarnaatklaver, franse klaver |
franse klaver:
fransǝ [klaver] (P046p Linkhout)
|
Trifolium incarnatum L. Een 15 tot 60 cm hoge plant met helder scharlakenrode bloemhoofdjes die van mei tot juli bloeien. Het wordt in augustus gezaaid, levert in mei een flinke snee groenvoer op en wordt dan ondergeploegd. Zie ook de toelichting bij het lemma Klaver, Algemeen. Zie het lemma Klaver, Algemeen voor de fonetische documentatie van de woord(delen) klaver(-) en klee(-). [N 14, 83; L 36, 35; monogr.]
I-5
|
| 21498 |
inkt |
inkt:
da s blauwen ink (P046p Linkhout),
die is bloië ink (P046p Linkhout),
iŋk (P046p Linkhout)
|
Blauwe inkt. [ZND 36 (1941)] || inkt [ZND m]
III-3-1
|
| 21414 |
inktpot |
inktpot:
inkpot (P046p Linkhout)
|
inktpot [ZND 45 (1946)]
III-3-1
|
| 26785 |
inkuilen |
in een kuil doen:
enǝ kø̜̄l doun (P046p Linkhout)
|
De aardappelen worden met de slagkar van het veld naar de boerderij vervoerd en daar op een droge plaats voorlopig opgeslagen om uit te wasemen. Vroeger gebeurde dit in de kelder onder de bakoven (zie aflevering I.6 over de bedrijfsgebouwen van de boerderij). Tegen de winter worden de aardappelen ingekuild, dat wil zeggen in een aardappelkuil of -groeve gestort. De algemene benamingen voor deze handeling staan in dit lemma bijeen. Zie verder het lemma Aardappelkuil, -Groef. [N 12, 28; JG 1a, 1b; S 16; monogr.; add. uit N 12, 29; L 1, a-m; S 19]
I-5
|
| 33182 |
inleggen (in een voor) |
inleggen:
enlęgǝ (P046p Linkhout)
|
Voor de fonetische documentatie van de typen poten en planten zie het lemma Poten; het verspreidingsgebied van zetten in dit lemma komt niet overeen met dat in het lemma Poten; het type is hier dan ook gedocumenteerd. [N 12, 11; JG 1a, 1b; monogr.]
I-5
|
| 25236 |
inslaan, van de bliksem gezegd |
inslaan:
InfoPa.
ensluwə (P046p Linkhout),
o.v.t.
slø͂ͅix ⁄en (P046p Linkhout),
v.v.t.
hē/es engəslāge (P046p Linkhout)
|
inslaan, gezegd van de bliksem [afvellen] [N 22 (1963)]
III-4-4
|
| 34001 |
inspannen |
inspannen:
enspanǝ (P046p Linkhout)
|
Het opgetuigde paard voor een kar met berries spannen. Men plaatst het tussen de berries, waaraan de draagriem, de brede buikriem, en de strengen worden vastgemaakt. Voor andere voer- en landbouwwerktuigen wordt het paard niet in- maar aangespannen. De term inspannen werd echter ook enkele keren in de hier behandelde betekenis opgegeven. [JG 1b; N 8, 98a; RND 74]
I-10
|