34017 |
langzamer |
stilletjes:
stelǝʔǝs (K278p Lommel),
stilletjesaan:
stelǝʔǝs ǫu̯ǝn (K278p Lommel)
|
Voermansroep om het paard langzamer te doen gaan. [N 8, 95h en 96]
I-10
|
19599 |
lantaarn |
lantaarn:
lanti̯ɛn (K278p Lommel)
|
lantaarn
III-2-1
|
18222 |
lap |
lap:
lap (K278p Lommel, ...
K278p Lommel),
zijstuk:
zijstuk (K278p Lommel)
|
Lapje leer dat men ter reparatie op een scheur op het schoeisel zet. [N 60, 233g] || Sterke doek of stof [lap, vel, lel, del] [N 114 (2002)]
II-10, III-1-3
|
18346 |
lap op een schoen |
leer:
lèèr (K278p Lommel),
zijstuk:
zijstuk [opzetten} (K278p Lommel)
|
Een lapje leer op de scheur op het schoeisel (huif?) [N 60 (1973)] || lap op een schoen, stukje leer waarmee het bovenleer wordt gerepareerd [N 24 (1964)]
III-1-3
|
28472 |
larven |
larfjes:
larfjes (K278p Lommel)
|
Toestand van larf van het broed vóór de verzegeling. Normaal is dat de eieren, zowel die waaruit werkbijen als die waaruit darren of moeren geboren worden, na drie dagen uitkomen in de vorm van een larf of made. Na vijf dagen heeft de larf door goed voeren een gewicht bereikt dat het 1500-voudige is van haar geboortegewicht. Vijf dagen duurt deze toestand als larf. Vervolgens wordt de cel verzegeld en treedt verpopping op van de larf. Dertien dagen zit ze in de gesloten cel. In totaal duurt het dus 21 dagen, voor dat werkelijke werkbij er is. Bij de dar duurt deze periode 24 dagen en bij de koningin slechts 15 à 16 dagen. [N 63, 21b; Ge 37, 68]
II-6
|
18980 |
laster |
laster:
ook materiaal znd 30, 01
laster (K278p Lommel),
läster (K278p Lommel)
|
laster [ZND 01 (1922)]
III-1-4
|
19297 |
lastig (werken) |
lastig:
ook materiaal znd 30, 02
laastig (K278p Lommel),
lastig (K278p Lommel),
moeilijk:
ook materiaal znd 30, 02
moeilijk (K278p Lommel)
|
lastig [ZND 01 (1922)]
III-1-4
|
30234 |
latei |
poutrelle:
pǝtrɛl (K278p Lommel),
slaghout:
sláxhāt (K278p Lommel)
|
Houten, stenen of ijzeren balk die een venster, ingang of andere opening overspant en tevens het bovenliggende muurwerk draagt. De lateibalk wordt vaak in het muurwerk verwerkt zodat hij niet in het zicht komt. d.i.n. in het woordtype 'd.i.n.-balk' is een afkorting van ø̄deutsche Industrienormø̄. [N 55, 74; N 32, 15a; N 32, 15b; monogr.]
II-9
|
17814 |
laten |
laten:
loaten (K278p Lommel, ...
K278p Lommel),
loawten (K278p Lommel),
lò-eten (K278p Lommel)
|
laten [ZND 25 (1937)], [ZND m]
III-1-2
|
33384 |
latierboom |
slaghout:
slaxhāt (K278p Lommel)
|
Een horizontale balk die twee paarden van elkaar scheidt, meestal hangend aan kettingen, ook wel vast verbonden. In plaats van een hangende balk kan er ook een eenvoudige en niet al te hoge tussenwand zijn. Met een box is een afgeschutte ruimte voor één paard bedoeld; de tussenwand maakt dan deel uit van de box. [N 5A, 59d; monogr.]
I-6
|