| 18702 |
jongensblouse |
bloes:
bloes (L265p Meijel)
|
jongensblouse, ruime bovenkledingstuk met band of elastiek in de taille [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 18737 |
jongenshemd? |
hemd:
heͅmt (L265p Meijel),
onderhemd:
ondərheͅmt (L265p Meijel)
|
Onderhemd voor jongens. Hoe noemt men in uw dialect het hemd dat onder de bovenkleding wordt gedragen, direct op het lichaam: van jongens? [DC 62 (1987)]
III-1-3
|
| 30868 |
jongensleest |
jongensleest:
joŋǝslę̄st (L265p Meijel)
|
De leest voor jongensschoenen. [N 60, 186b]
II-10
|
| 18735 |
jongensonderbroek? |
jongensonderboks:
joŋəsondərboks (L265p Meijel)
|
Onderbroek voor jongens. [DC 62 (1987)]
III-1-3
|
| 18733 |
jongensondergoed? |
ondergoed voor jongens:
ondərgu vør joŋəs (L265p Meijel)
|
Ondergoed voor jongens. [DC 62 (1987)]
III-1-3
|
| 31109 |
jongensschoenen |
wichterschoenen:
wextǝršūn (L265p Meijel)
|
Schoenwerk voor jongens in de maten 32 t/m 35. [N 60, 205c; N 60, 205e]
II-10
|
| 24623 |
judaspenning |
droogpiket:
eigen spellinsysteem
(droogpiket) (L265p Meijel),
judaspenning:
eigen spellinsysteem
judaspenning (L265p Meijel),
WLD alg. ben.
Judaspenning (L265p Meijel)
|
Judaspenning (lunaria biënnis). sierplant met grote bladeren en meestal donker roodpaarse, zelden witte, bloemen. De onderste bladeren en die van de rozet zijn diep ingesneden bij de steel en spits aan de top, de bovenste haast ongesteeld. De plant wordt [N 92 (1982)]
III-4-3
|
| 20075 |
juffertje-in-het-groen |
juffertje in het groen:
eigen spellinsysteem
juffertje in ’t groen (L265p Meijel)
|
Juffertje in ¯t groen (nigella damascena). De hemelsblauwe bloemen zijn elk omgeven door een omhulsel van zeer fijn verdeelde bladeren; de kokervruchten zijn tot aan de top aaneen gegroeid (bij de wilde nigelle maar tot de helft) (spinnekop, kobbe, juffer [N 92 (1982)]
III-2-1
|
| 21336 |
juffrouw |
juffrouw:
juffraow (L265p Meijel),
juffrouw (L265p Meijel),
(als het een onbekende is).
juffrouw (L265p Meijel),
mevrouw:
(op hoger leeftijd).
mevrouw (L265p Meijel)
|
hoe spreekt u een ongetrouwde vrouw aan? [juffer, juffrouw, juf, uffrouw] [N 87 (1981)]
III-3-1
|
| 17607 |
jukbeen |
knook:
knook (L265p Meijel)
|
Jukbeen: het wangbeen onder het oog (koon). [N 84 (1981)]
III-1-1
|