| 19409 |
oorvormig handvat |
oortje:
örke (L265p Meijel),
örkə (L265p Meijel)
|
Oorvormig handvat van b.v. een kopje, pan, kan etc. (oor, handsvat, handvat) [N 79 (1979)]
III-2-1
|
| 32519 |
oorwissen |
wissen:
wesǝ (L265p Meijel)
|
De wissen waaruit de handvatten worden vervaardigd. Zie ook afb. 278. De respondent uit Sint-Truiden (P 176) merkte op dat men voor de oren van een plukkorf riet uit Indonesië gebruikte. Men betrok dit via Antwerpse handelaren. [N 40, 73]
II-12
|
| 24361 |
oorworm |
oorworm:
òr—, oeërwèèurm (L265p Meijel)
|
oorworm
III-4-2
|
| 20056 |
oostindische kers |
klimmertjes:
klimmərkəs (L265p Meijel)
|
Welke dialectbenamingen hebt u voor verschillende snijbloemen: tropaeolum majus nana (O.I. kers) [N 73 (1975)]
I-7
|
| 24868 |
oot |
eve:
eigen spellinsysteem gelijkbaar
eve (L265p Meijel),
wilde haver:
eigen spellinsysteem
wilde haver (L265p Meijel),
windhalm:
eigen spellinsysteem Additie bij vraag 81: is een 1-jarig lastig gras in rogge
windhalm (L265p Meijel)
|
Oot, wilde haver (avena fatua 5 tot 20 cm groot. De plant is zodevormend, de bladeren zijn borstelvormig; de aartjes bevinden zich in dichte, aarvormige pluimen, klein, lichtgroen tot grijsachtig van kleur, kort genaald. Van april tot en met juni. Te vi [N 92 (1982)], [N 92 (1982)]
III-4-3
|
| 23198 |
op bedevaart gaan |
bedevaarten:
bééverte (L265p Meijel),
op bedevaart gaan:
op bēͅvərt gōͅ (L265p Meijel),
te bedevaart gaan:
te bèvert gó (L265p Meijel),
te bèèvert gao (L265p Meijel),
ter bedevaart gaan:
ter béévert gao (L265p Meijel)
|
Bedevaart doen [ne gank doon]. [N 06 (1960)] || Een bedevaart doen, op bedevaart gaan [beewegen, beevaarden, bèèverte]. [N 96C (1989)]
III-3-3
|
| 25358 |
op de borrel gaan |
een goede zijn:
(men zegt) dɛs nǝ gujǝ (L265p Meijel),
het varken prijzen:
ǝt vɛ̄rkǝ prēžǝ (L265p Meijel)
|
Voordat een varken geslacht wordt, komen de buren het prijzen in de hoop op een borrel te worden getrakteerd. Ook komt het voor dat dit gebeurt, als het varken gedood is. Soms blijven de inspanningen die men zich voor de borrel moet getroosten beperkt tot wat prijzende woorden, soms helpt men even mee het varken op de grond te trekken of het dier vast te houden, zodat de slachter het de keel kan doorsnijden. [N 28, 4]
II-1
|
| 17935 |
op de loop gaan |
biezen pakken:
de bieze pakke (L265p Meijel),
ertussenuit gaan:
ər tussən utj gao (L265p Meijel),
op de loop gaan:
op de luep gao (L265p Meijel)
|
vluchten: Op de loop gaan (biezen, vluchten, vlieden). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 17949 |
op de tenen lopen |
tenen (ww.):
tiëne (L265p Meijel)
|
lopen: op zijn tenen lopen [op zn vurvoete] [N 10 (1961)]
III-1-2
|
| 22682 |
op de vingers fluiten |
op de vingers fluiten:
oͅp də veŋərs flø͂ͅtjə (L265p Meijel),
schuifelen:
sjuffele (L265p Meijel)
|
Op de vingers fluiten [schuffelen]. [N 90 (1982)]
III-3-2
|