e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Millen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
vertuieren hertuieren: hɛrtai̯ǝrǝ (Millen) Het verplaatsen van het vee, telkens wanneer een stuk wei is afgegraasd. [L 40, 21b; monogr.] I-11
verzegelen verzegelen: vǝrzīgǝlǝn (Millen), zegelen: zīgǝlǝn (Millen) Het sluiten van de cellen door de werkbijen met een dekseltje van was. Dit sluiten of verzegelen gaat onmiddellijk vooraf aan het poppestadium van de larven. [N 63, 23a; Ge 37, 71] II-6
vespers vespers (<lat.): də vɛspərs (Millen) de vespers [RND] III-3-3
vest kamizool (<fr.): kaməzoͅl (Millen) herenvest zonder mouwen met knopen [wes, west, weemeske, kolder, kamezool, zjielle, ziep, sentje [N 23 (1964)] III-1-3
vestzakje kamizoolmaaltje (<fr.): kaməzoͅlmølkə (Millen) vestzakje [ziepzekse, weemesteske, vestjestes] [N 23 (1964)] III-1-3
veulen veulen: vi̯ø.lǝ (Millen) Jong paard, gewoonlijk tot de leeftijd van twee en een half jaar. [JG 1a, 1b; A 4, 2d; L 20, 2d; L A1, 262; N 8, 1; Gwn 5, 10; RND 107; S 40; Wi 4; monogr.] I-9
vieren houden: gəha:tə (Millen), vieren: gəvi.rt (Millen) gevierd [RND] III-3-2
vijf centiem knabje: knepke (Millen) Bestaat er een dialectnaam voor een stuk van 5 centimes? [ZND 28 (1938)] III-3-1
vijfentwintig centiem kwartje: kwartje (Millen) Bestaat er een dialectnaam voor een stuk van 25 centimes? [ZND 28 (1938)] III-3-1
vinger vinger: vinger (Millen), vinər (Millen) Doorn: ik heb een doorn in mijn vinger [ZND 23 (1937)] || vinger [RND] III-1-1