e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Moelingen

Overzicht

Gevonden: 788
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
druiventros druiventros: droeventros (Moelingen, ... ) [ZND 01 (1922)] [ZND 33 (1940)] I-7
druppel druppel: en dröppel (Moelingen) druppel water [dröp, dröppel] [N 07 (1961)] III-4-4
duif (alg.) duif: douf (Moelingen) Duif. [Willems (1885)] III-3-2
duif, algemeen duif: douf (Moelingen), doͅuf (Moelingen), doͅ‧u.f (Moelingen) duif [Willems (1885)] III-4-1
duiken duikelen: dukele (Moelingen), ü of oe?  dukelen (Moelingen), plongeren (<fr.): a van planzjeeren zoals in Franse dans  int water planzjeeren (Moelingen) Duikelen. [Willems (1885)] || In het water duiken. [ZND 33 (1940)] III-3-2
duivenhok duivenste: `t doeveste (Moelingen), doevenste (Moelingen), duivenstee: dūvǝstē (Moelingen) Duivenkot. [Willems (1885)] || Hoe heten de standplaatsen van de verschillende huisdieren, namelijk het duivenhok? [ZND 38 (1942)] || Soms vindt men in de nok van de zolder een afgeschotte ruimte voor de duiven, die door een gat in de gevel of in het dak in en uit kunnen vliegen. Hier staan de benamingen voor het duivenhok, ongeacht de vorm van dat hok, bijeen. De termen slag en spijker in dit lemma hebben betrekking op de duivenkooi als geheel. Zie ook het lemma "duivenslag" (3.4.8). In kaart 51 zijn voor Belgisch Limburg alleen de mondeling verzamelde gegevens in kaart gebracht. Zie afbeelding 17. [JG 1a, 1b, 1c, 2c; A 10, 9k; L 8, 9a; L 38, 31; S 37; monogr. add. uit N 5A, 58c "til" en JG 2c; A 28, 14c "spijker] I-6, III-3-2
duivin, vrouwelijke duif wijfje: wifke (Moelingen), zij: zij (Moelingen) duif, wijfje [ZND 39 (1942)] III-4-1
duizelig dol: zôê wuurste döl (Moelingen), duizelig: zôê wuurste duu‧zeleg (Moelingen) dol worden, iemand die lang heeft of is rondgedraaid [N 07 (1961)] || duizelig worden, iemand die een harde slag op zijn hoofd heeft gekregen [N 07 (1961)] III-1-2
durven dorren: derre (Moelingen) durven [ZND m] III-1-4
duwen duwen: døwə (Moelingen) duwen [RND] III-1-2