e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Moelingen

Overzicht

Gevonden: 788
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
tuinman, boomkweker boomkweker: JK Begrip te splitsen? veel samenstellingen met boom- uit RND zijn geconstrueerd; de andere hebben de ruimere betekenis van tuinman.  bømkwēkər (Moelingen), gardenier: JK Begrip te splitsen? veel samenstellingen met boom- uit RND zijn geconstrueerd; de andere hebben de ruimere betekenis van tuinman.  gardənēr (Moelingen) [RND 08] I-7
tweede luiden voor de mis kleppen: Fr. e klank  ⁄t klept (Moelingen) Veelal wordt de kerkklok tweemaal gehoord voor men naar de mis gaat; hoe zegt men wanneer men ze voor de tweede maal hoort? [ZND 36 (1941)] III-3-3
uier uier: ȳi̯ǝr (Moelingen) De melkklier van de koe zoals zij zich uitwendig vertoont onder aan de buik. Op de kaart is het woordtype uier niet opgenomen. [JG 1a, 1b; Gwn V, 7; L 8, 24a; L 14, 27a; RND 127; S 38; Wi 51; monogr.] I-11
uil uil: ul (Moelingen) uil [Willems (1885)] III-4-1
uitsliepen sliepuit doen: sliep oet doen (Moelingen), uitsliepen: oetsliepen (Moelingen) uitsliepen [sliep oet doon] [N 07 (1961)] III-3-2
unster ponder: een punder (Moelingen) De Romeinse balans, bestaande uit een stok waarover een gewicht heen en weer geschoven wordt. [ZND 33 (1940)] III-3-1
vaandel vaandel: e vāēndel (Moelingen) Vaandel. [Willems (1885)] III-3-2
vademen invamen: envǫwjǝmǝ (Moelingen) Een draad door het oog van een naald halen. In dit lemma zijn de objecten draad, garen, draad garen, vaam, vaam garen niet gedocumenteerd. [N 59, 68; N 62, 10; L 8, 29; L B1, 76; MW; monogr.] II-7
vallen vallen: valle (Moelingen), [~an]  vallen (Moelingen) vallen [ZND m] III-1-2
vangen vangen: vange (Moelingen) vangen [ZND m] III-1-2