| 17755 |
wang |
kum:
(mv.)
kaimmen (Q199p Moelingen)
|
hoe heet het zijvlak van het aangezicht ? Vertaal: zij heeft rode ... [ZND 36 (1941)]
III-1-1
|
| 19669 |
wasknijper |
pitje:
petəkəs (Q199p Moelingen)
|
klemmende houtjes om de wasch op de drooglijn vast te maken [ZND 36 (1941)]
III-2-1
|
| 19457 |
waterdamp, wasem |
zwadem:
zu̯āi̯əm (Q199p Moelingen)
|
damp [ZND 33 (1940)]
III-2-1
|
| 30318 |
waterdorpel |
vensterbank:
venstǝrbaŋk (Q199p Moelingen)
|
Horizontale laag bakstenen of natuursteen aan de onderkant van een raamkozijn. De waterdorpel wordt vooral toegepast bij zeer dikke muren. Wordt de dorpel uit bakstenen samengesteld, dan worden deze gemetseld in de vorm van een afwaterend gestelde rollaag. Zie ook afb. 57e. In Q 194 werd voor een waterdorpel gebruik gemaakt van 'ijzerklinkers' ('īzǝrklēŋkǝrs'), in K 353 van arduin. [N 55, 44c; N 32, 12c; L 31, 12a; monogr.; S 39, add.; A 46, 10c, add.]
II-9
|
| 19510 |
waterketel, moor |
moor:
mūr (Q199p Moelingen)
|
de gewone ketel om water te koken (fr. bouilloire) [ZND 36 (1941)]
III-2-1
|
| 33631 |
waterput |
put:
pø.t (Q199p Moelingen),
pø̄.t (Q199p Moelingen)
|
[RND 08]
I-7
|
| 22860 |
weddenschap |
weddenschap:
widənsjap (Q199p Moelingen),
wedding:
wedding (Q199p Moelingen)
|
weddenschap [RND] || Wedding. [Willems (1885)]
III-3-2
|
| 21518 |
weekblad? |
illustratie (<fr.):
illustrwasie (Q199p Moelingen)
|
weekblad met veel prenten en fotos [ZND 36 (1941)]
III-3-1
|
| 25112 |
weerlichten |
weerlichten:
⁄t wéérlicht (Q199p Moelingen)
|
bliksemen in de verte zonder dat het dondert [weerlichte] [N 06 (1960)]
III-4-4
|
| 21247 |
weg |
weg:
wiɛx (Q199p Moelingen)
|
weg [RND]
III-3-1
|