| 22438 |
maandag voor aswoensdag |
carnavalsmaandag:
karnavalsmaandaag (L382p Montfort)
|
De naam voor de maandag vóór aswoensdag. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 22614 |
maandag voor aswoensdag add. |
vastelavond:
vastelaovendj (L382p Montfort)
|
De naam voor de maandag vóór aswoensdag. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 23512 |
maandstonde |
maanddienst:
maonjdeens (L382p Montfort)
|
Een maandelijkse mis voor een overledene [maandstond?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 31153 |
maanmes |
halfmaan:
halfmǭn (L382p Montfort)
|
Mes waarmee men stukken leer voor de binnenhaam uitsnijdt. De vorm van het blad is een halve maan. Zie afb. 70. [N 36, 39; Li 1963, 38]
II-10
|
| 25165 |
maansverduistering |
eclips van de maan:
eclips van de maon (L382p Montfort)
|
Eclips van de maan [SGV (1914)]
III-4-4
|
| 17671 |
maantje op de nagel |
maantje:
muinkə (L382p Montfort),
vingermaantje:
vingermeunke (L382p Montfort)
|
maantje: Lichter gekleurd gedeelte onderaan de vingernagels (maantje). [N 84 (1981)]
III-1-1
|
| 25162 |
maanx |
maan:
maon (L382p Montfort)
|
maan [SGV (1914)]
III-4-4
|
| 33107 |
maat houden bij het dorsen |
slaghouden:
slā.gau̯ǝ (L382p Montfort)
|
Wanneer men met meer dan één man dorst, moet men goed de maat houden; zie ook de algemene toelichting bij deze paragraaf. In dit lemma staan de benamingen voor dit houden van de juiste maat bijeen. De uitdrukking boekweit dorsen, of beter: boekweitkoek dorsen of - slaan (en heteroniemen, zie het lemma ''boekweit'', 1.2.10) betekent doorgaans: "ritmisch, op maat dorsen"; de term is een onomatopee. Soms ook betekent de uitdrukking dat alle dorsers tegelijk slaan ten teken dat het dorsen klaar is. In L 326 merkt de zegsman opdat deze uitdrukking "verkeerd dorsen" betekent. Trompen is wel de benaming voor het ritmisch luiden van de kerkklok; vergelijk ook het type luiden zelf. Voor de fonetische documentatie van het woord [dorsen], zie het lemma ''dorsen'' (6.1.1).' [N 14, 12 en 14b; JG 1a, 1b; monogr.]
I-4
|
| 25249 |
maat, algemeen |
maat:
maot (L382p Montfort, ...
L382p Montfort)
|
de eenheid waarmee lengten, inhouden etc. worden gemeten, in het algemeen [maat, pegel] [N 91 (1982)]
III-4-4
|
| 25264 |
maatje, maat van 0,1 liter |
maatje:
meutje (L382p Montfort)
|
de maat die een inhoud aangeeft van 0,1 liter [maatje] [N 91 (1982)]
III-4-4
|