| 25091 |
vermengen |
mengen:
mingen (L382p Montfort),
mingə (L382p Montfort)
|
in elkaar vermengen [warzen] [N 91 (1982)]
III-4-4
|
| 18853 |
vermoeden |
vermoeden:
vermoede (L382p Montfort),
veronderstellen:
vèrongərsteilə (L382p Montfort)
|
het menen dat iets waarschijnlijk is, het veronderstellen dat iets zo is [vermoeden, bronsel] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 25098 |
vernielen |
vernielen:
vernijlen (L382p Montfort)
|
vernielen [SGV (1914)]
III-4-4
|
| 30605 |
vernis |
vernis:
fǝrn ̇is (L382p Montfort)
|
Bij kamertemperatuur vloeibare massa, die in dunne lagen over voorwerpen wordt gestreken en daarop een doorschijnende, tegen de invloed van lucht en water beschermende bedekking vormt. Vernis bestaat uit een oplossing van harsen in lijn- of terpentijnolie of andere oplosmiddelen. [N 67, 21a; monogr.]
II-9
|
| 30706 |
vernissen |
vernissen:
fǝnisǝ (L382p Montfort)
|
Met vernis bestrijken. Een dunne laag uitgestreken vernis droogt op tot een glanzende, doorschijnende laag. Vernis kan zowel gebruikt worden als bescherming voor onderliggende verflagen als ter verfraaiing. [N 67, 66b; monogr.]
II-9
|
| 21832 |
vernomen verhaal |
gehoord:
geheurdj (L382p Montfort)
|
een vernomen verhaal [meul] [N 87 (1981)]
III-3-1
|
| 23374 |
verpachte banken |
verpachte plaatsen:
vepagte plaatse (L382p Montfort),
verpechdje plaatse (L382p Montfort)
|
De kerkbanken waarvan de plaatsen aan parochianen verpacht werden. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 23249 |
verplichte feestdag |
geboden zondag:
gebooje zonnig (L382p Montfort),
heiligedag:
hèlgendaag (L382p Montfort)
|
Een geboden, verplichte feestdag [festerandach]. [N 96C (1989)]
III-3-3
|
| 18899 |
verplichting |
moeten:
mottə (L382p Montfort),
verplichting:
verplichting (L382p Montfort)
|
het verplicht zijn [moetert, verplichting] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 24997 |
verpulveren |
verpoederen:
vèrpoejəren (L382p Montfort),
verpulveren:
verpolvere (L382p Montfort)
|
tot poeder maken of worden [miezelen, verpulveren] [N 91 (1982)]
III-4-4
|