e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
houtsplinter splinter: šplē.ntǝr (Montzen), split: šplet (Montzen), splitter: špletǝr (Montzen) Afgesprongen of afgeslagen klein stukje hout. [N 55, 188a-b; RND 6; L monogr.; monogr.] II-12
huidschilfers schalen: ṣølə (Montzen) Schilfers op de huid (pellen, schillen, schubben). [N 109 (2001)] III-1-2
huiduitslag brobbels: Indien puisten (mv.).  brubələ (Montzen), krauw: krōw (Montzen) Huiduitslag: plaatselijke verandering van de huid in de vorm van vlekken, pukkeltjes, etc. (uitslag, pukkels, broebels). [N 107 (2001)] III-1-2
huis, woning huis: hūəs (Montzen) huis [ZND 01 (1922)] III-2-1
huisduif spijkerd: spîchert (Montzen) Duif die het hok niet verlaat. [ZND m] III-3-2
huisjesslak karakol: karakòl (Montzen), karaköl (Montzen), slak: schlek (Montzen) slak, huisjesslak [ZND 06 (1924)] III-4-2
huismus, mus mus: mösch (Montzen, ... ) mus [ZND 01 (1922)], [ZND 14 (1930)] III-4-1
huisraad, inboedel huisraad: husərt (Montzen) huisraad [ZND m] III-2-1
huisvlieg, vlieg vlieg: NOL, muv Q 284  vlī:x (Montzen) vlieg III-4-2
huiszegen huiszegening: dər husɛ̄nəŋ (Montzen) De Huiszegen, d.w.z. een ingelijste afbeelding van O.L. Heer aan het kruis, waaronder enkele gebeden, of een tekstplaat in sierschrift, waarop een gebed over huis en bewoners of een uit Rome ontvangen plaat waarop de afbeelding van de paus, vermelding van [N 96B (1989)] III-3-3