| 17849 |
meegaan |
gaan met:
da gönt vər mit öch (Q253p Montzen),
da gønt vər met əx (Q253p Montzen),
meegaan:
met gŏŏwə (Q253p Montzen),
met gu.ə (Q253p Montzen)
|
Dan gaan we met u mee. [ZND 04 (1924)] || Waar gaat ge heen, willen we met u meegaan ? [ZND 04 (1924)]
III-1-2
|
| 21038 |
meel |
meel:
mę̄.l (Q253p Montzen)
|
Het gemalen, maar nog niet bewerkte graan. Het woordtype boulté, het voltooid deelwoord van het Waalse ɛboulterɛ, ɛbouleterɛ, ø̄builenø̄, duidt er mogelijkerwijs op dat het graan in de genoemde plaatsen al een bepaalde bewerking heeft ondergaan. Zie ook het lemma ɛgemalen, niet gezuiverd graanɛ in wld II.1, pag. 85.' [Wi 53; JG 1a; JG 1b; l monogr.; N O, 37b; Sche 49; Sche 55; Vds 144; Vds 145; Vds 159; Jan 151; Jan 167; Jan 242; Coe 152; Coe 217; Grof 153; Grof 176; monogr.; Vld; Jan 9; Jan 10; Jan 11; Jan 14; Coe 9; Coe 14; N O, 24a; A 42A, 40; N D, 23; A 42A, 36 add.; N O, 19b]
II-3
|
| 20407 |
meerderjarig |
jarig:
znd 1 a-m; 1u, 158; 31, 23b;
jöreg (Q253p Montzen, ...
Q253p Montzen,
Q253p Montzen)
|
meerderjarig [ZND 01u (1924)] || meerderjarig (boven de 21 jaar) [ZND 01 (1922)] || meerderjarig ; hij is - (boven de 21 jaar) [ZND 31 (1939)]
III-2-2
|
| 23583 |
meerstemmige mis |
meerstemmige mis:
də miəsjtɛməgə mēs (Q253p Montzen)
|
Een meerstemmige mis, muziekmis. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 21273 |
meester |
leraar:
li.ərər (Q253p Montzen)
|
(school)meester [RND]
III-3-1
|
| 28868 |
meetlint |
bandmeter:
bantmētǝr (Q253p Montzen)
|
Een oprolbaar ± 150 cm lang meetlint, vervaardigd van linnen en inwendig van koperdraad voorzien om het rekken of krimpen tegen te gaan (Gerritse, pag. 21). Zie afb. 2. [N 59, 2; N 62, 69]
II-7
|
| 33337 |
meid, dienstmeid |
maagd:
māt (Q253p Montzen)
|
Meid is een noordelijke vorm, een samentrekking uit maged, maagd. Kok en keukense slaan op de keukenmeid. Dienstbode is een expansie uit de (Noord-)Nederlandse standaardtaal. [L 1, a-m; L 1u, 156; L 38, 10; RND 118; R 12, 30; S 6 en 23; Wi 6; monogr.]
I-6
|
| 24331 |
meikever |
meikever:
ook in ZND 01u, 159 en ZND 16, 005;
maikēͅfər (Q253p Montzen)
|
meikever [ZND 01 (1922)]
III-4-2
|
| 21699 |
meineed |
meineed:
ənə mɛɛjnēt (Q253p Montzen)
|
een valse eed, meineed [N 96D (1989)]
III-3-1
|
| 20309 |
meisje |
meidje:
mètsjə (Q253p Montzen)
|
meisje [ZND 11 (1925)]
III-2-2
|