| 25881 |
rookkanaal |
schouw:
šǫw (Q253p Montzen)
|
Het, soms gemetselde, afvoerkanaal voor de rook. In L 318b had de oude stookinrichting geen rookkanaal maar gaten rondom de vuurhaard omdat een rookkanaal het vuur naar één kant trok. [N 57, 8f]
II-2
|
| 20676 |
room |
crême:
krē̜m (Q253p Montzen),
room:
rōm (Q253p Montzen),
verzamelfiche, ook mat. van ZND 14 vraag 22a = zoet en 22b = zuur
rōm (Q253p Montzen)
|
Het vette deel van de ongekookte melk dat boven komt drijven, als men de melk rustig laat staan. [N 6, 15a; N 16, 17; L 6, 15; L 14, 22; JG 1a, 1b, 2c; A 7, 15; A 39, 7a; Wi 53; Gwn 10, 1; monogr.] || room van de melk (het vette deel) [ZND 06 (1924)]
I-11, III-2-3
|
| 18100 |
roos (rode uitslag) |
belroos:
bélrūes (Q253p Montzen),
Met zwelling.
bèlroewəs (Q253p Montzen),
roos:
roes (Q253p Montzen, ...
Q253p Montzen),
rūes (Q253p Montzen),
Zonder zwelling.
roewəs (Q253p Montzen)
|
hij heeft de roos (ziekte, rode uitslag, vooral in het gezicht; fr. érysipèle) [ZND 06 (1924)], [ZND m]
III-1-2
|
| 20084 |
roos (rosa) |
roos:
ruə.s (Q253p Montzen),
ruəzə (Q253p Montzen)
|
roos [ZND m] || rozen [RND]
III-2-1
|
| 19910 |
rooster |
riester:
ręstǝr (Q253p Montzen)
|
Het rooster van de stookplaats. Volgens de invuller uit L 379 was dit rooster gemaakt van dikke staven ijzer. [N 57, 8g]
II-2
|
| 34606 |
rosdoek |
rosdoek:
ros˱dok (Q253p Montzen)
|
Een onder de kar opgehangen doek waarin onder meer paardenvoer kan worden opgeborgen. [N 17, 84; A 26, 3a; monogr]
I-13
|
| 31060 |
roulette |
molentje:
mø̜lǝkǝ (Q253p Montzen)
|
Instrument, bestaande uit een al of niet afgeschuind tandwieltje op een asje gemonteerd, waarmee men een sierkarteltje maakt op de zijkant van de hak of de zool. Zie afb. 59. [N 60, 125]
II-10
|
| 24066 |
rouw dragen |
treur dragen:
trūr drāgə (Q253p Montzen)
|
Rouw dragen. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 20421 |
rouwbrief |
doodsbrief:
dər duətsbrēf (Q253p Montzen)
|
De rouwbrief. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 24065 |
rouwkrans |
krans:
dər krāns (Q253p Montzen)
|
De krans die op de kist wordt gelegd [krants]. [N 96D (1989)]
III-3-3
|