e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
rookkanaal schouw: šǫw (Montzen) Het, soms gemetselde, afvoerkanaal voor de rook. In L 318b had de oude stookinrichting geen rookkanaal maar gaten rondom de vuurhaard omdat een rookkanaal het vuur naar één kant trok. [N 57, 8f] II-2
room crême: krē̜m (Montzen), room: rōm (Montzen), verzamelfiche, ook mat. van ZND 14 vraag 22a = zoet en 22b = zuur  rōm (Montzen) Het vette deel van de ongekookte melk dat boven komt drijven, als men de melk rustig laat staan. [N 6, 15a; N 16, 17; L 6, 15; L 14, 22; JG 1a, 1b, 2c; A 7, 15; A 39, 7a; Wi 53; Gwn 10, 1; monogr.] || room van de melk (het vette deel) [ZND 06 (1924)] I-11, III-2-3
roos (rode uitslag) belroos: bélrūes (Montzen), Met zwelling.  bèlroewəs (Montzen), roos: roes (Montzen, ... ), rūes (Montzen), Zonder zwelling.  roewəs (Montzen) hij heeft de roos (ziekte, rode uitslag, vooral in het gezicht; fr. érysipèle) [ZND 06 (1924)], [ZND m] III-1-2
roos (rosa) roos: ruə.s (Montzen), ruəzə (Montzen) roos [ZND m] || rozen [RND] III-2-1
rooster riester: ręstǝr (Montzen) Het rooster van de stookplaats. Volgens de invuller uit L 379 was dit rooster gemaakt van dikke staven ijzer. [N 57, 8g] II-2
rosdoek rosdoek: ros˱dok (Montzen) Een onder de kar opgehangen doek waarin onder meer paardenvoer kan worden opgeborgen. [N 17, 84; A 26, 3a; monogr] I-13
roulette molentje: mø̜lǝkǝ (Montzen) Instrument, bestaande uit een al of niet afgeschuind tandwieltje op een asje gemonteerd, waarmee men een sierkarteltje maakt op de zijkant van de hak of de zool. Zie afb. 59. [N 60, 125] II-10
rouw dragen treur dragen: trūr drāgə (Montzen) Rouw dragen. [N 96D (1989)] III-3-3
rouwbrief doodsbrief: dər duətsbrēf (Montzen) De rouwbrief. [N 96D (1989)] III-3-3
rouwkrans krans: dər krāns (Montzen) De krans die op de kist wordt gelegd [krants]. [N 96D (1989)] III-3-3