e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
speldenkussen naaldenkussen: nø̜ldǝkø̄sǝ (Montzen) Kussentje waarop men de spelden en naalden steekt. De informant van Q 198 merkt op dat hij de naalden op zijn vest (kamizool) of op een stukje stof aan de muur speldde. Zie afb. 11. [N 59, 13a; N 62 68; L 45, 19; Gi 1.IV, 64; MW; monogr] II-7
spelen (alg.) spelen: ech schpēl, dôw schpèls, ver schpè:le (Montzen), ech späl, hä spält, vər späle (Montzen), ich sjpèl, hèjə spèld, vèr spèlə (Montzen), ich špēͅl, heͅ.ə špeͅ‧lt, vər špēͅlə (Montzen), éch schpè:l, hèa schpèlt, ver schpè:le (Montzen) Ik speel, hij speelt, wij spelen. [ZND 07 (1924)] III-3-2
sperma wiks: wiks (Montzen) Sperma: het mannelijke zaad (zaad, natuur, sperma, wieks) [N 106 (2001)] III-1-1
sperwer duivenstoter: duvəstueter (Montzen), kuikendief: ky(3)̄kedēf (Montzen) sperwer [ZND m] III-4-1
speurbijen speurbijen: (enk)  špø̜ǝrbej (Montzen) Werksters die een paar dagen voordat een bijenvolk gaat zwermen, gaan zoeken naar een nieuwe woning. Spleten en reten, holle bomen, schoorstenen en lege korven zijn mogelijke woonplaatsen. [N 63, 31a] II-6
spijbelen langs de school loetsen: lengs gen schoel loetsche (Montzen), langs de school lopen: lans gən sjoe[oo}əl loopə (Montzen), laŋs chen schuel lôpe (Montzen) Spijbelen (de school ontlopen, achter de hagen schoolgaan). [ZND 07 (1924)] III-3-1
spijkeren nagelen: nāgǝlǝ (Montzen), nɛ̄gǝlǝ (Montzen) Met een hamer spijkers in het hout slaan. [N 53, 152a-b; L 5, 7; monogr.] II-12
spijkertrekker trektang: trektaŋ (Montzen) Het speciale, ijzeren werktuigje om spijkers uit te trekken. Zie afb. 10. [N 60, 184c] II-10
spin spin: špɛn (Montzen), NOL, muv Q 199 en Q 200  špeͅ‧n. (Montzen) spin [RND] III-4-2
spinaalgaren garen: gān (Montzen) Het fijne, gele of witte garen dat men veel gebruikt om het binnenwerk te naaien en waar men ook pekdraad van maakt. [N 60, 196b; N 60, 111c] II-10