e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
stoelen op het priesterkoor koorstoelen: der koeërsjtōl (Montzen) De stoelen op het priesterkoor [koeërsjteul?]. [N 96A (1989)] III-3-3
stoep dorpel: døͅrpəl (Montzen), trottoir: trottoir (Montzen) stoep [ZND 07 (1924)] III-3-1
stoep, trottoir dorpel: døͅrpəl (Montzen), trottoir: trottoir (Montzen) stoep [ZND 07 (1924)] III-2-1
stof mul: møͅl (Montzen), stub: štøͅp (Montzen) stof [ZND 07 (1924)] III-2-1
stofblik palet: ple.d (Montzen) stofblik [ZND 21 (1936)] III-2-1
stok of twijg om een kind te straffen gard: Een gard, garde is géén stok maar een bosje rijshout ; hier wordt duidelijk naar "stok of twijg om iemand te straffen"verwezen en wordt daar opgenomen.  geaat (Montzen) gard (stok) [ZND 01 (1922)] III-2-2
stola stola (lat.): stola (Montzen) De stola, de stool. [N 96B (1989)] III-3-3
stolp over een heiligenbeeld klok: də klok (Montzen) Een stolp of stulp, een klokvormig glas over een kruis- of heiligenbeeld. [N 96B (1989)] III-3-3
stolpen opnaaien met de machine: opniǝnǝ męt dǝ mašiŋ (Montzen) Het machinaal of met de hand aanstikken van belegsels, waarbij gekeerd wordt. [N 59, 60] II-7
stookhuis schop: šop (Montzen) De ruimte waar men stroop maakt. [N 57, 1b; monogr.] II-2