e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

Gevonden: 3044
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
brutaal assurant: aserant (Montzen), frech (du.): vrex (Montzen) vrijpostig [ZND 32 (1939)] III-3-1
bui, regenbui douche: check  du‧š (Montzen), gors: gus (Montzen), schuil: schoel (Montzen), schoell (Montzen), schûl (Montzen, ... ), šū:l (Montzen, ... ), ṣūl (Montzen) bui, regen [ZND 01 (1922)] || regenbui [ZND 06 (1924)], [ZND m] III-4-4
buik buik: buk (Montzen), buikleer: buklę̄r (Montzen) buik [ZND m] || Het gedeelte van de huid dat de buik bedekt. Zie afb. 1. [N 60, 3e; N 36, 5] II-10, III-1-1
buik (spotnamen) gielis: géles (Montzen), pens: pānṣ (Montzen), #NAME?  pāns (Montzen), ton: Dikke buik.  ton (Montzen), zak: zak (Montzen) buik [ZND m] || Spotbenamingen voor de buik [N 109 (2001)] III-1-1
buiksuçon kromme naad in gen taille: krom nǭt e gǝn taj (Montzen) Gebogen taillenaad voor veel buikwelving. [N 59, 94d] II-7
buikvoorsprong buik: būk (Montzen) Maat genomen van de voorpartij van de taillewijdte. De taillewijdte bestaat uit twee ongelijke helften, de achterhelft noemt men de lendenbreedte en de voorpartij de buikvoorsprong (Papenhuyzen II, pag. 11). Zie afb. 28. [N 59, 45b; N 59, 44c] II-7
buitenechtelijk kind basterd: 1a-m; 21, 02;  baastərd (Montzen), ba͂a͂stərt (Montzen) bastaard [ZND 01 (1922)] III-2-2
buitennaaigroef voor: vǭr (Montzen) De groef in het loopvlak van de loopzool, waarin de steken gelegd worden. Deze groef sluit men later. [N 60, 106b] II-10
buitennaaigroef [wld ii.10, p. 45-46] voor: vōr (Montzen) Een groef in het loopvlak van de bovenzool waarin de steken gelegd werden en die later werd gesloten? (groef?) [N 60 (1973)] III-1-3
buitenspel abseits (du.): Karte 167.  apseͅ.jts, apsa.jts} (Abseits) (Montzen) Abseits. III-3-2