e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

Gevonden: 3044

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
ader ader: də ōͅ:rə van də šteͅə.r (Montzen), ōͅ:r (Montzen), ən ōͅ:r o.pšnijə (Montzen) ader [ZND m] || de aderen van zijn voorhoofd [ZND 19 (1936)] || een ader opensnijden [ZND 19 (1936)] III-1-1
advent advent (<lat.): advɛ̄nt (Montzen) De tijd van vier zondagen voor Kerstmis (Advent, kleine vasten). [N 96C (1989)] III-3-3
afbijten van koninginnecellen afsteken: āfštęǝkǝ (Montzen) Het verwijderen van overtollige koninginnecellen door het bijenvolk of de koningin zelf. [N 63, 65] II-6
afdak schop: šop (Montzen, ... ), schotsbarak: šots˂brak (Montzen, ... ), schuilhuisje: šūlhøskə (Montzen, ... ) afdak [ZND 01 (1922)], [ZND 06 (1924)], [ZND 12 (1926)] III-2-1
afdraaien draaien: driǝnǝ (Montzen) De ketel van het vuur afdraaien door middel van de draaiboom. [N 57, 28] II-2
afdunnen uitdunnen: ūtdønǝ (Montzen) Bewerking van de watten voor de schouder, waarbij de dikte van de watten naar de kant toe wordt verminderd. [N 59, 117a] II-7
afgeroomde melk afgelaten melk: afxǝlōtǝ mɛlk (Montzen) De vloeistof die overblijft als de melk ontroomd is. [A 7, 15 en 17; A 23, 4a; L 27, 29; JG 1a, 1b; L 1u, 103; Lu 1, 3 en 4a; monogr.] I-11
afgunst afgunst: āfgonst (Montzen) Afgunst, jaloezie. [N 96D (1989)] III-3-3
afgunstig afgunstig: āfgønstəX (Montzen) Afgunstig. [N 96D (1989)] III-3-3
afhangend kuifje (bij kortgeknipt haar) frou-frou (fr.): køət hōr meət ənə frufru (Montzen) Kortgeknipt haar met alleen van voor een afhangend kuifje (ponnie, fru(fru), bles, stroef, kapoel). [N 109 (2001)] III-1-1