e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

Gevonden: 3044
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
dikke neus klomp: klōmp (Montzen), < lm. neus (spotnamen).  klōmp (Montzen) neus, Een dikke ~ (domper, kolf, tromp, domphoren, foepneus, kokkel). [N 106 (2001)] || Spotbenamingen voor de neus [N 109 (2001)] III-1-1
dikke, warme mantel lange dikke overrok: laŋə dekə [øvərroͅk (Montzen), warme mantel: ənə wɛrəmə mantəl (Montzen) een lange dikke overjas [N 59 (1973)] || een warme damesjas [N 59 (1973)] III-1-3
dinsdag dinsdag: deesdech (Montzen) dag; dinsdag [N 07 (1961)] III-4-4
dirigent van het zangkoor dirigent (<du.): dirigɛ̄nt (Montzen) De dirigent, de leider van het zangkoor. [N 96B (1989)] III-3-3
dispensatie vrijstelling: də vrējsjtɛloŋ van ə kerəkgəbot (Montzen) De ontheffing, vrijstelling van een kerkelijk gebod of voor-schrift (op het gebied van de zondagsheiliging, vasten en onthouding, huwelijk). [N 96D (1989)] III-3-3
dobbelsteen dobbelsteen: dóbelschtê (Montzen), kubus: kubus (Montzen) Een teerling (dobbelsteen, Fr. dé à jouer). [ZND 08 (1925)] III-3-2
dochter dochter: daoatər (Montzen), dówətər (Montzen), dôôtər (Montzen) dochter; en ze zei dat ze het ook aan haar dochter zou zeggen [ZND 04 (1924)] III-2-2
dodenhuisje dodenhuisje: doeëdehuske (Montzen) Een mortuarium, dodenkapel in of bij de kerk. [N 96A (1989)] III-3-3
dodenwake dodenwaak: də duədəwāk (Montzen) de dodewake [doeëdewach] [N 96D (1989)] III-2-2
doek doek: dū:k (Montzen), plag: pla.k (Montzen), plak (Montzen), sjerp: serep (Montzen), stof: stôf (Montzen) das (doek) [ZND m] || doek [ZND m] III-1-3