e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

Gevonden: 3044
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
gemene vrouw wijf: wîf (Montzen) Dat is een kwaad wijf. [ZND 08 (1925)] III-1-4
generale absolutie generale absolution (du.): ən generālabsolüsiuən met ənə volə ablas (Montzen) Een generale absolutie, waaraan een volle aflaat is verbonden [jeneraal-abseloetsioeën]. [N 96D (1989)] III-3-3
generale biecht generale biecht: ən generālbiXt (Montzen) Een algemene of generale biecht, vaak bij missie en retraite [jeneraalbiech]. [N 96D (1989)] III-3-3
gepachte hoeve, pachtgoed erf: erf (Montzen), goed: g˙ōt (Montzen) Het bedrijf dat een boer niet in eigen bezit heeft maar pacht (huurt) van de eigenaar aan wie hij in enige vorm betaalt voor het gebruik. Bij winning in L 352 wordt aangetekend: "vroeger heeft de naam denkelijk bestaan, want er is nog een boerderij die de naam De Winning draagt". Bij enkele opgaven in Nederlands Zuid-Limburg wordt opgemerkt dat enige pachthoeven nog in "halfsheid liggen"; de eigenaar ontvangt de helft van het koren, terwijl de pachter ("halfer") het overblijvende koren krijgt met het stro. Algemene en specifieke termen zijn in dit lemma uit elkaar gehouden. Voor de fonetische documentatie van de opgaven die gelijk zijn aan die voor boerderij in het algemeen, zie het lemma "boerderij, algemeen" (1.1.1). [A 10, 2bI; L 38, 21a; L 48, 22; Lu 2, 22; S 27; Wi 18; monogr.; add. uit L 38, 22 en ander materiaal van lemma 1.1.1] I-6
gepind werk gepinde schoenen: gǝpęndǝ šōn (Montzen) Schoenwerk dat met houten pennen is vervaardigd. [N 60, 148b] II-10
geraamte geraams: geräms (Montzen), gərêmṣ (Montzen), yərê.mps (Montzen) een geraamte [ZND 01u (1924)] || geraamte [ZND m] III-1-1
gereed klaar: klōͅ:r (Montzen) klaar [ZND m] III-1-4
geronnen melk gekeerde melk: gǝkiǝdǝ melk (Montzen), mat: mat (Montzen), omgegangen melk: omgǝgaŋǝ mɛlǝk (Montzen), zure melk: zur melǝk (Montzen) Melk die door het lange staan dik en zuur is geworden. [L 2, 7; A 7, 15; monogr.] I-11
gerst gerst: gē̜ǝš (Montzen) Hordeum L. De gerstteelt was in Belgisch Limburg betrekkelijk zeldzaam. Bij zomergerst wordt aangetekend: vooral bestemd voor de brouwerij; bij wintergerst: vooral bestemd als veevoer. Volgorde varianten van gerst: 1. met "rst" in de auslautgroep; 2. met "st"; 3. met "rs"; en 4: met alleen "s" in de auslautgroep; zie de eerste klankkaart [kaart 6]; in de tweede klankkaart [kaart 7] is de geografische verspreiding van het vocalisme weergegeven. Zie afbeelding 1, d. [JG 1a, 1b; L A1, 127; L 1 a-m; L 24, 6a; L lijst graangewassen, 2; R 3, 24; S 10; Wi 53; monogr.] I-4
geslaagd zijn voor het communie-examen gelukt hebben: ət ɛkzāmə vør āgənaomə tə wɛədə gəløkt hā (Montzen) Geslaagd zijn voor het eerste communie-examen, opgeschreven zijn/worden. [N 96D (1989)] III-3-3