| 18958 |
gemene vrouw |
wijf:
wîf (Q253p Montzen)
|
Dat is een kwaad wijf. [ZND 08 (1925)]
III-1-4
|
| 23994 |
generale absolutie |
generale absolution (du.):
ən generālabsolüsiuən met ənə volə ablas (Q253p Montzen)
|
Een generale absolutie, waaraan een volle aflaat is verbonden [jeneraal-abseloetsioeën]. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 23981 |
generale biecht |
generale biecht:
ən generālbiXt (Q253p Montzen)
|
Een algemene of generale biecht, vaak bij missie en retraite [jeneraalbiech]. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 33319 |
gepachte hoeve, pachtgoed |
erf:
erf (Q253p Montzen),
goed:
g˙ōt (Q253p Montzen)
|
Het bedrijf dat een boer niet in eigen bezit heeft maar pacht (huurt) van de eigenaar aan wie hij in enige vorm betaalt voor het gebruik. Bij winning in L 352 wordt aangetekend: "vroeger heeft de naam denkelijk bestaan, want er is nog een boerderij die de naam De Winning draagt". Bij enkele opgaven in Nederlands Zuid-Limburg wordt opgemerkt dat enige pachthoeven nog in "halfsheid liggen"; de eigenaar ontvangt de helft van het koren, terwijl de pachter ("halfer") het overblijvende koren krijgt met het stro. Algemene en specifieke termen zijn in dit lemma uit elkaar gehouden. Voor de fonetische documentatie van de opgaven die gelijk zijn aan die voor boerderij in het algemeen, zie het lemma "boerderij, algemeen" (1.1.1). [A 10, 2bI; L 38, 21a; L 48, 22; Lu 2, 22; S 27; Wi 18; monogr.; add. uit L 38, 22 en ander materiaal van lemma 1.1.1]
I-6
|
| 31088 |
gepind werk |
gepinde schoenen:
gǝpęndǝ šōn (Q253p Montzen)
|
Schoenwerk dat met houten pennen is vervaardigd. [N 60, 148b]
II-10
|
| 17560 |
geraamte |
geraams:
geräms (Q253p Montzen),
gərêmṣ (Q253p Montzen),
yərê.mps (Q253p Montzen)
|
een geraamte [ZND 01u (1924)] || geraamte [ZND m]
III-1-1
|
| 18939 |
gereed |
klaar:
klōͅ:r (Q253p Montzen)
|
klaar [ZND m]
III-1-4
|
| 34240 |
geronnen melk |
gekeerde melk:
gǝkiǝdǝ melk (Q253p Montzen),
mat:
mat (Q253p Montzen),
omgegangen melk:
omgǝgaŋǝ mɛlǝk (Q253p Montzen),
zure melk:
zur melǝk (Q253p Montzen)
|
Melk die door het lange staan dik en zuur is geworden. [L 2, 7; A 7, 15; monogr.]
I-11
|
| 32979 |
gerst |
gerst:
gē̜ǝš (Q253p Montzen)
|
Hordeum L. De gerstteelt was in Belgisch Limburg betrekkelijk zeldzaam. Bij zomergerst wordt aangetekend: vooral bestemd voor de brouwerij; bij wintergerst: vooral bestemd als veevoer. Volgorde varianten van gerst: 1. met "rst" in de auslautgroep; 2. met "st"; 3. met "rs"; en 4: met alleen "s" in de auslautgroep; zie de eerste klankkaart [kaart 6]; in de tweede klankkaart [kaart 7] is de geografische verspreiding van het vocalisme weergegeven. Zie afbeelding 1, d. [JG 1a, 1b; L A1, 127; L 1 a-m; L 24, 6a; L lijst graangewassen, 2; R 3, 24; S 10; Wi 53; monogr.]
I-4
|
| 24013 |
geslaagd zijn voor het communie-examen |
gelukt hebben:
ət ɛkzāmə vør āgənaomə tə wɛədə gəløkt hā (Q253p Montzen)
|
Geslaagd zijn voor het eerste communie-examen, opgeschreven zijn/worden. [N 96D (1989)]
III-3-3
|