| 17880 |
knuppel, knots |
knots:
knòts (Q117p Nieuwenhagen),
knuppel:
knøpəl (Q117p Nieuwenhagen)
|
Knots: zware stok om mee te slaan, van onderen dikker dan van boven (kuis, knots, knoest, klepel). [N 84 (1981)] || knuppel [RND]
III-1-2
|
| 22381 |
knutselen |
prossen:
zich get praosje
prōͅsjə (Q117p Nieuwenhagen)
|
Allerlei kleine voorwerpen uit liefhebberij en met geringe hulpmiddelen maken [knutselen, kutselen]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 34058 |
koe |
koe:
kau̯ (Q117p Nieuwenhagen),
kui̯ (Q117p Nieuwenhagen),
kø̄i̯ (Q117p Nieuwenhagen),
kǫu̯ (Q117p Nieuwenhagen),
rind:
reŋk (Q117p Nieuwenhagen)
|
Volwassen vrouwelijk rund, in de regel een rund dat één of meerdere keren gekalfd heeft. Zie afbeelding 5. Op de kaart is het woordtype koe niet opgenomen. [JG 1a, 1b; A 3, 37; A 4, 11; Gwn V, 2a; L 1a-m; L 4, 37; L 5, 27b; L 7, 61b; L 14, 26 en 88; L 20, 11; L 27, 5 en 57; L 29, 44; L 38, 44; L 40, 21b; L 44, 16, 21a en 39; R 12, 29; R (s]
I-11
|
| 34066 |
koe die eenmaal heeft gekalfd |
eerste:
iǝstǝ (Q117p Nieuwenhagen)
|
Zie afbeelding 6. Zie voor de fonetische documentatie van (koe) het lemma ''koe''(3.3.1). [N C, 14a; monogr.]
I-11
|
| 34183 |
koe die pas gekalfd heeft |
vers gekalfde koe:
vīǝš gǝkōfdǝ kōw (Q117p Nieuwenhagen)
|
Voor een aantal varianten van vaars zou men kunnen denken aan een woord vers. Het wnt (xx-1, blz. 2125) vermeldt ''vers'' in de betekenis van "jonge koe van ongeveer twee jaar die nog geen kalf heeft gehad of voor de eerste maal kalft" (wnt xviii, blz. 72). Het onderscheid tussen vers- en vaarsvarianten is niet altijd even duidelijk. Daarom is er gekozen voor één woordtype vaars.' [A 4, 16; L 20, 16]
I-11
|
| 34068 |
koe die tweemaal heeft gekalfd |
tweede:
twīǝdǝ (Q117p Nieuwenhagen)
|
Zie voor de fonetische documentatie van (koe) resp. (kalf) de lemmata ''koe'' (3.3.1) en ''kalf'' (3.1.1). [N 3A, 26a; N C, 14b]
I-11
|
| 20750 |
koekje |
platsje:
pletske (Q117p Nieuwenhagen)
|
Welke benamingen kent u voor koekjes (kaffekoekje, sterreke, waterpletske, peekverjenneke, knapkoek?) Wat zijn de verschillen tussen deze? [N 16 (1962)]
III-2-3
|
| 24188 |
koekoek |
koekoek:
koekoek (Q117p Nieuwenhagen)
|
koekoek (39 zomervogel; roep [koe-koek] [N 09 (1961)]
III-4-1
|
| 25224 |
koele wind |
fris windje:
frisj wintjə (Q117p Nieuwenhagen),
koel windje:
keul wintjə (Q117p Nieuwenhagen)
|
koele wind [koeltje] [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 27694 |
koeltoren |
koeltoren:
kø̄ltūǝrǝ (Q117p Nieuwenhagen
[(Oranje-Nassau II / Emma / Hendrik)]
[Laura, Julia])
|
Torenvormige koelinstallatie. [N 95, 19; monogr.; div.]
II-5
|