| 22660 |
poppenspel |
poesjenellen:
poesjenelle (Q033p Oirsbeek),
poppenkast:
poppekas (Q033p Oirsbeek)
|
De voorstelling waarin de rollen niet gespeeld worden door mensen maar door marionetten [poesjenellespel]. [N 90 (1982)]
III-3-2
|
| 19849 |
porselein |
porselein:
pastǝlęjn (Q033p Oirsbeek)
|
Verzamelnaam voor ceramische produkten die gebakken zijn uit porseleinaarde waar zekere bijvoegsels door zijn gemengd. Porselein kenmerkt zich door het feit dat het in tegenstelling tot bijvoorbeeld gleiswerk, fijn, wit en halfdoorschijnend is en een ongekleurd, sterk glimmend glazuur vertoont. [Wi 53; L 35, 78; N 20, 5; monogr.]
II-8
|
| 21482 |
portefeuille |
portefeuille (fr.):
portefui (Q033p Oirsbeek)
|
de kleine, platte, meestal leren, dubbele tas met vakjes, waarin mannen hun bankbiljetten, identiteitsbewijs enz. bij zich dragen [kamtas, portefoelie] [N 89 (1982)]
III-3-1
|
| 27681 |
portier |
portier:
pǫrtēr (Q033p Oirsbeek
[(Emma)]
[Domaniale])
|
De portier bewaakt dag en nacht de toegang tot de mijn. [N 95, 124; monogr.]
II-5
|
| 21203 |
postbode |
brievendrager:
breevedrééger (Q033p Oirsbeek),
facteur (fr.):
fəktyər (Q033p Oirsbeek),
post:
pos (Q033p Oirsbeek)
|
de persoon die de post bezorgt [bode, postbode, fak, fakteur, briefdrager, postknecht, postloper, post] [N 90 (1982)] || postbode [RND]
III-3-1
|
| 21141 |
postkoets |
postkoets:
postkoetsj (Q033p Oirsbeek)
|
een reiswagen in geregelde dienst voor het vervoer van passagiers [postkoets, post, postkaars, diligence] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 21207 |
postzegel |
postzegel:
postzegel (Q033p Oirsbeek),
poszīēgel (Q033p Oirsbeek)
|
het rechthoekige gekleurd stukje papier dat men op brieven etc. plakt om daarmee de port te betalen [postzegel, kopje, tember, zegel] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 33171 |
poten |
poten:
poátǝ (Q033p Oirsbeek),
pǭtǝ (Q033p Oirsbeek)
|
In dit lemma staan de algemene benamingen voor het planten van de pootaardappelen bijeen. [N 12, 10; N 15, 1b en 1c; JG 1a, 1b, 1c, 2c; A 20, 1a; A 23, 17d.I; Lu 1, 17d.I; Wi 43; monogr.; add. uit N 12, 15; N M, 18a en 18b]
I-5
|
| 25413 |
poten verwijderen |
afsnijden:
āfšni-jǝ (Q033p Oirsbeek)
|
Als de poten zijn afgehuid, verwijdert men ze in het eerste gewricht (gerekend vanaf de hoef). De poten worden van het lijf gesneden, gekapt of gezaagd. [N 28, 48; monogr.]
II-1
|
| 21521 |
potlood |
potlood:
potloot (Q033p Oirsbeek),
potlöet (Q033p Oirsbeek)
|
een met hout omgeven staafje grafiet om mee te schrijven of te tekenen [potlood, crayon] [N 87 (1981)]
III-3-1
|