| 20085 |
slaapkamermos |
kriemelgerei:
kriemelgrej (L216a Oostrum)
|
slaapkamermos
III-2-1
|
| 20303 |
slabbetje, spuugdoekje |
slabber:
slábber (L216a Oostrum),
slabbertje:
slebberke (L216a Oostrum),
zeverdoekje:
zaeverduukske (L216a Oostrum),
zeverlapje:
zaeverlepke (L216a Oostrum)
|
morsdoekje
III-2-2
|
| 31561 |
slagstempel |
slagenletter:
slē̜xlętǝr (L216a Oostrum),
slagennommer:
slē̜xnumǝr (L216a Oostrum)
|
Stalen staafje van ongeveer 10 cm lengte met aan de onderzijde een cijfer of letter. De slagstempel wordt gebruikt om opschriften of cijfers in metalen voorwerpen te slaan. [N 33, 268a-b]
II-11
|
| 31930 |
slangboor |
slangenboor:
sláŋǝbōr (L216a Oostrum)
|
Een boorijzer voor hout dat uitloopt op een scherpe centerpunt met daaromheen twee voorsnijders en eventueel twee gutsjes. De schacht is voorzien van een enkele of een dubbele spiraal die niet snijdt, maar dient om het boorsel uit het boorgat te verwijderen. Met dit boorijzer kan men zeer nauwkeurig boren. Zie ook afb. 74a. [N 53, 165; N G, 31b; monogr.]
II-12
|
| 20647 |
slappe koffie |
kruierskoffie:
t Is már kruujerskoffie: het is slechte koffie
kruujerskoffie (L216a Oostrum),
schotelenwater:
schòttelewater (L216a Oostrum),
schotelwater:
schòttelwater (L216a Oostrum)
|
slappe slechte koffie || zeer slappe smaakloze koffie
III-2-3
|
| 25152 |
slecht weer, hondenweer |
schouw (weer):
(hetwoordelijke uitdrukking).
schòw waer (L216a Oostrum)
|
vreesinboezemde weersgesteldheid
III-4-4
|
| 20648 |
slechte drank |
moekkefoek:
moekefoek (L216a Oostrum)
|
slechte kwaliteit, surogaat namaak van drank (koffie of thee enz,)
III-2-3
|
| 31359 |
slee, support |
slee:
slēj (L216a Oostrum)
|
Het verschuifbare onderdeel van de draaibank waarop de beitelhouder is gemonteerd. De slee kan evenwijdig aan de hartlijn van de draaibank verplaatst worden. [N 33, 269]
II-11
|
| 24552 |
sleedoorn |
sleen:
vcroeger gebruikt als sluiting van een worst bij de huisslacht
slieën (L216a Oostrum)
|
sleedoorn, de doorn
III-4-3
|
| 24535 |
sleutelbloem |
koekenbloemetje:
koēkebluumke (L216a Oostrum)
|
sleutelbloem, tuinprimula
III-4-3
|