| 33855 |
met de voorpoten harkend over de grond krabben |
dabben:
dabǝ (L416p Opglabbeek)
|
Met de hoeven in de aarde krabben of wroeten. [JG 1a; N 8, 74]
I-9
|
| 33999 |
met de zweep slaan of geluid geven |
klatsen:
klatsǝ (L416p Opglabbeek)
|
Het slaan met de zweep brengt een knallend geluid voort. Terwijl in de enquête van J. Goossens het werkwoord zwepen in de jaren vijftig enkel voor Achel (L 282) en Hamont (L 286) werd opgetekend, vermeldt de enquête van P. Willems (1885)het nog voor een groot aantal gemeenten uit de beide Limburgen. Zie in dit verband ook ros voor "paard" (WLD I, afl. 9, p. 5). [JG 1a, 1b, 2c; L 8, 141a; Wi 42; monogr.]
I-10
|
| 22641 |
met een drijftol spelen |
poppernellen:
pupərnɛlə (L416p Opglabbeek)
|
Hoe noemt men het spelen met dit speelgoed? [Lk 03 (1953)]
III-3-2
|
| 22760 |
met een priktol spelen |
doppen:
doͅbə (L416p Opglabbeek)
|
Hoe noemt men het spelen met dit speelgoed? [Lk 03 (1953)]
III-3-2
|
| 22762 |
met een priktol spelen in een cirkel |
perkdoppen:
in een ring
peͅrkdoͅbən (L416p Opglabbeek)
|
Welke bijzondere spelen doen de kinderen met de priktol? Beschrijf kort. [ZND 16 (1934)]
III-3-2
|
| 32751 |
met een voor spitten |
spaden:
[spaden] (L416p Opglabbeek)
|
Manier van spitten, waarbij men - achterwaarts gaande - de ene voor naast de andere graaft en de uitgestoken aarde omgekeerd in de open voor deponeert. Uit minder specifieke termen als (om)spaden en (om)graven kan worden afgeleid, dat ter plaatse meestal in voren wordt gespit. Voor (delen van) varianten in de (...)-vorm zie men het lemma spitten. [N 11, 65b; N 11A, 148a; monogr.]
I-1
|
| 22895 |
met een zelfgemaakte tol spelen |
poppernellen:
pupərnɛlə (L416p Opglabbeek)
|
Hoe noemt men het spelen met dit speelgoed? [Lk 03 (1953)]
III-3-2
|
| 17946 |
met grote stappen lopen |
greiden:
grēͅjə (L416p Opglabbeek)
|
stappen, grote ~ maken [stuppen] [N 10 (1961)]
III-1-2
|
| 20570 |
met kleine hapjes eten |
knauwelen:
knauwele (L416p Opglabbeek),
knibbelen:
knibbelle (L416p Opglabbeek),
knibbèllə (L416p Opglabbeek),
knibbəllə (L416p Opglabbeek)
|
Hoe noemt U: Druk eten met kleine hapjes (busselen) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 34140 |
met opgeheven staart rondlopen |
biezen:
bezǝ (L416p Opglabbeek),
bɛzǝn (L416p Opglabbeek)
|
[N 3A, 9a; JG 1a, 1b; monogr.]
I-11
|