e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Opglabbeek

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
tweede klaveroogst tweede schaar: twīǝdǝ šǭr (Opglabbeek) In verband met de benamingen voor nagras is de informanten ook gevraagd of ze een specifiek woord kenden voor de tweede klaveroogst; hier zijn alleen de opgaven opgenomen die afweken van die voor ''nagras''. [N 14, 128c] I-3
tweede klaversnede zaadklee: zǭt[klee] (Opglabbeek) Zoals het nagras meestal van betere kwaliteit is dan de eerste snede, zo is ook de tweede snede klaver een gezochte soort groenvoer. Vergelijk aflevering I.3, paragraaf 6: Nagras. Zie het lemma Klaver, Algemeen voor de fonetische documentatie van de woord(delen) klaver(-) en klee(-). [JG 1c, 2c; monogr.] I-5
tweede luiden voor de mis trumpen: ⁄t tremt (Opglabbeek) Veelal wordt de kerkklok tweemaal gehoord voor men naar de mis gaat; hoe zegt men wanneer men ze voor de tweede maal hoort? [ZND 36 (1941)] III-3-3
tweede verkoping opbod: ps. omgespeld volgens Frings.  oͅpboͅt (Opglabbeek) de tweede verkoping i.v.m. een openbare verkoping van onroerende goederen, waarbij wordt afgemijnd [de toeslag?] [N 21 (1963)] III-3-1
tweeling tweeling: twieliŋ (Opglabbeek), twīēling (Opglabbeek), twīəleŋ (Opglabbeek) tweeling [ZND 08 (1925)], [ZND 11 (1925)] III-2-2
tweespeen tweedemer: twīdīmǝr (Opglabbeek) Koe die slechts uit twee spenen melk geeft. [N 3A, 66] I-11
twijg gors: gors (Opglabbeek), wis: wes (Opglabbeek) Vaak wordt in plaats van een zweep ook een twijg gebruikt om het paard aan te vuren. [JG 1a, 1b; monogr.] I-10
twijg, jonge tak rijs: ri-js (Opglabbeek), wis: WBD/WLD  wis (Opglabbeek) Een twijg, een jonge tak (bent, twijg, wis, sprik, tak, teen). [N 82 (1981)] || rijs, dus takje III-4-3
twintig frank stuk van twintig: ps. omgespeld volgens Frings.  ə steͅk van twentex (Opglabbeek), stuk van twintig frank: ps. omgespeld volgens Frings.  steͅk van twentex fraŋ (Opglabbeek) 20 franc, een ~ (wit metaal) [N 21 (1963)] III-3-1
u-vormige hoeve geleg: [geleg] (Opglabbeek) De bebouwing ligt in hoefijzervorm; de binnenplaats is aan drie zijden gesloten door woonhuis, stallen en schuren. Enkele opgaven komen overeen met de algemene benaming voor de boerderij; ter plekke is dan de U-vormige bouw de algemeen gebruikelijke. Voor de fonetische documentatie van deze gevallen wordt verwezen naar het lemma "boerderij, algemeen" (1.1.1). Zie kaart 4, het Ten Geleide van deze aflevering en afbeelding 5. [N 4A, 3] I-6