| 32958 |
tweede klaveroogst |
tweede schaar:
twīǝdǝ šǭr (L416p Opglabbeek)
|
In verband met de benamingen voor nagras is de informanten ook gevraagd of ze een specifiek woord kenden voor de tweede klaveroogst; hier zijn alleen de opgaven opgenomen die afweken van die voor ''nagras''. [N 14, 128c]
I-3
|
| 33263 |
tweede klaversnede |
zaadklee:
zǭt[klee] (L416p Opglabbeek)
|
Zoals het nagras meestal van betere kwaliteit is dan de eerste snede, zo is ook de tweede snede klaver een gezochte soort groenvoer. Vergelijk aflevering I.3, paragraaf 6: Nagras. Zie het lemma Klaver, Algemeen voor de fonetische documentatie van de woord(delen) klaver(-) en klee(-). [JG 1c, 2c; monogr.]
I-5
|
| 23251 |
tweede luiden voor de mis |
trumpen:
⁄t tremt (L416p Opglabbeek)
|
Veelal wordt de kerkklok tweemaal gehoord voor men naar de mis gaat; hoe zegt men wanneer men ze voor de tweede maal hoort? [ZND 36 (1941)]
III-3-3
|
| 21648 |
tweede verkoping |
opbod:
ps. omgespeld volgens Frings.
oͅpboͅt (L416p Opglabbeek)
|
de tweede verkoping i.v.m. een openbare verkoping van onroerende goederen, waarbij wordt afgemijnd [de toeslag?] [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 20427 |
tweeling |
tweeling:
twieliŋ (L416p Opglabbeek),
twīēling (L416p Opglabbeek),
twīəleŋ (L416p Opglabbeek)
|
tweeling [ZND 08 (1925)], [ZND 11 (1925)]
III-2-2
|
| 34234 |
tweespeen |
tweedemer:
twīdīmǝr (L416p Opglabbeek)
|
Koe die slechts uit twee spenen melk geeft. [N 3A, 66]
I-11
|
| 33998 |
twijg |
gors:
gors (L416p Opglabbeek),
wis:
wes (L416p Opglabbeek)
|
Vaak wordt in plaats van een zweep ook een twijg gebruikt om het paard aan te vuren. [JG 1a, 1b; monogr.]
I-10
|
| 24495 |
twijg, jonge tak |
rijs:
ri-js (L416p Opglabbeek),
wis:
WBD/WLD
wis (L416p Opglabbeek)
|
Een twijg, een jonge tak (bent, twijg, wis, sprik, tak, teen). [N 82 (1981)] || rijs, dus takje
III-4-3
|
| 21619 |
twintig frank |
stuk van twintig:
ps. omgespeld volgens Frings.
ə steͅk van twentex (L416p Opglabbeek),
stuk van twintig frank:
ps. omgespeld volgens Frings.
steͅk van twentex fraŋ (L416p Opglabbeek)
|
20 franc, een ~ (wit metaal) [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 33327 |
u-vormige hoeve |
geleg:
[geleg] (L416p Opglabbeek)
|
De bebouwing ligt in hoefijzervorm; de binnenplaats is aan drie zijden gesloten door woonhuis, stallen en schuren. Enkele opgaven komen overeen met de algemene benaming voor de boerderij; ter plekke is dan de U-vormige bouw de algemeen gebruikelijke. Voor de fonetische documentatie van deze gevallen wordt verwezen naar het lemma "boerderij, algemeen" (1.1.1). Zie kaart 4, het Ten Geleide van deze aflevering en afbeelding 5. [N 4A, 3]
I-6
|